Gastbijdrage van Agno:
Interview tussen de heer Agno Sticus en de kritische journaliste Veronique Ragen-Steller.
“Zo, dus jij noemt jezelf een scepticus, Agno?”, opende Veronique uiterst wantrouwend.
“Zeker!” antwoordde ik superieur achterover leunend met beide handen op mijn achterhoofd.
“En daar twijfel je dus niet aan?”, klapte haar sluw opgezette val meteen dicht.
“Ahum, nou ja. Je kunt als scepticus natuurlijk niet aan alles twijfelen,” hakkelde ik ongemakkelijk, terwijl ik snel mijn armen over elkaar vouwde.
“Oh?” was haar enige antwoord en ze trok haar wenkbrauwen lichtjes uitdagend omhoog.
Er viel een gespannen stilte die duidelijk door mij als eerste doorbroken moest worden. Flarden van Paul Kurtz’ artikel over het Nieuw Scepticisme flitsten door mijn hoofd. Hoe zat dat nu ook weer precies? Hij kon het allemaal zo kristalhelder uitleggen.
“Om jouw vraag te beantwoorden moeten we terug naar de oude Grieken,” sloeg ik een pad in met een voor mij onzekere eindbestemming. “Kijk, de oude Grieken onder aanvoering van ene Pyrrho, dat waren een soort sceptische extremisten. Ze dachten dat je aan alles moest twijfelen en dat je nooit iets met zekerheid zou kunnen weten. Objectieve kennis kon dus ook niet bestaan, enkel subjectieve waarneming. Maar die was ook onbetrouwbaar aangezien onze zintuigen ons constant voor de gek houden.”
“Dus ook geen kennis over wat goed of slecht is?” onderbrak ze scherp.
“Inderdaad, de Grieken waren net zo extreem over ethische kwesties en dachten dat er geen objectieve maatstaven voor goed en kwaad konden bestaan. Dat onderscheid moest eenieder maar een beetje voor zichzelf uitmaken.”
“Aha. Het was dus ieder voor zich en God voor ons allen. En wat gebeurde er daarna?” vroeg ze, terwijl ze een tikje ongeduldig met het knopje van haar pen klikte.
“Natuurlijk is zo’n extreme sceptische houding niet vol te houden. Enerzijds is de aanname dat objectieve kennis niet bestaat ook weer gebaseerd op de aanname dat deze aanname waar is en dat is dan meteen ook weer een vorm van kennis. Kom je dus nooit uit. Anderzijds hadden die extremisten in de praktijk toch stiekem wel allerlei waardeoordelen over wanneer het ‘ieder voor zich’ was en wanneer men zich aan de heersende moraal diende te houden.”
“Dus er moest wat nieuws bedacht worden? Nou ik ben benieuwd,” klonk het nog steeds een tikje wantrouwend.
“Inderdaad. Toen kwamen de wat neutralere sceptici. Types die zich tegen de agnostici aanschurkten. Ze zeiden constant: ‘ik weet het niet, je kunt het ook niet weten en ik heb er geen oordeel over, maar hier is wel een nuchter tegenargument voor jouw claim. Zie maar wat je ermee doet. Mij maakt het allemaal niks uit.’”
“Wel een beetje laffe houding hoor! Ik neem aan dat jij jezelf niet tot die groep rekent Agno?” sprak ze op een toon die enkel ruimte liet voor slechts één correct antwoord…
“Nee, natuurlijk niet!” verdedigde ik mezelf toch nog iets te fel naar mijn zin.
“Vertel op dan. Hoe moest het dan verder met de sceptici?” drong ze aan.
“Nou kijk, die extreme en die beetje laffe sceptici dat werd dus niks omdat het gewoon niet aansloot bij de behoeften van de mens. Men zag toch wel in dat bepaalde zaken in de natuur een bepaalde regelmaat hadden en daardoor voorspelbaar werden. De mensen houden nu eenmaal graag van een beetje zekerheid in hun wereldbeeld. Dus toen hebben ze iets nieuws bedacht. Ze zeiden weliswaar dat je nooit objectieve, universele kennis kan vergaren, maar dat we kennis over de wereld om ons heen toch met een bepaalde waarschijnlijkheid mogen beschouwen.”
“Leuk dat woord! ‘Waar’-schijnlijkheid, Daar zit toch stiekem weer het woord ‘waar’ in!” sprak ze veel te triomfantelijk.
Dat was een schot voor open doel. Nu was het mijn beurt. “Aha. Leuke woordgrap. Je hebt kennelijk net zoals ik het woord ‘scepticisme’ op Wikipedia opgezocht…?”
Verbeelde ik me dat nou of bloosde ze ? Een journaliste die pen en papier gebruikte, maar wel Wikipedia als bron gebruikte. Oei. Haar toon werd in ieder geval opeens een stuk vriendelijker. “Euh, misschien heel lang geleden eens gekeken. Maar euh, vertel verder, ik wil echt weten hoe dit gaat aflopen!”
“Nou, in essentie gaat de moderne scepticus er nog steeds vanuit dat alle kennis slechts met een bepaalde waarschijnlijkheid ‘waar’ kan zijn. In de loop van de tijd heeft echter met name de wetenschappelijke methode zowel de hoeveelheid als de waarschijnlijkheid van de kennis sterk vergroot. De scepticus kan ook vandaag de dag nog steeds niet met zekerheid uitsluiten dat een appel plotseling omhoog zou kunnen vallen. Je moet altijd de context van de kennis in de gaten houden. Kijk 1 + 1 is 2, maar je kunt ook zeggen dat 1 + 1 gelijk is aan 11 of 10 (binair geschreven) of een + is (twee 1-tjes door elkaar) of een T ”
“Dus dat is alles? Is dat nu een moderne scepticus? Valt me eigenlijk een beetje tegen,” sprak ze gespeeld teleurgesteld, daarmee een scherper antwoord provocerend.
“Ho ho. Wacht even. We zijn er nog niet! Kijk er is de laatste jaren ook nagedacht over een soort ‘gedragscode’ voor de scepticus.”
“Een gedragscode?” reageerde ze oprecht verbaasd.
“Nou ja, gedragscode is misschien een te sterk woord, maar de rol van de scepticus is wel wat verder aangescherpt. Laat ik een voorbeeld geven. Kijk een moderne scepticus mag niet van tevoren zomaar aannemen dat een bijzondere claim onwaar is. Een scepticus die het bestaan van bijvoorbeeld God ontkent is namelijk geen echte scepticus, maar een atheïst en als hij het bestaan van bijvoorbeeld stralen ontkent is hij een ‘a-straal’. Een ware scepticus is dus nooit een ‘a-iets’, maar zal altijd open blijven staan voor welke bijzondere claim dan ook. Niets is bij voorbaat ‘onwaar’ of ‘onzin’ en deze termen moet hij/zij dan ook zoveel mogelijk vermijden ook al is dit soms nog zo verleidelijk!”
“Ok. Dat snap ik. Zijn er nog meer van dat soort regels?”
“Zeker. Zoals je weet worden sceptici vaak negatief benaderd en roepen ze met hun vele kritische vragen grote en vaak sterke emotionele weerstand op bij degenen die een bijzondere claim verdedigen. Dat is op zich ook wel begrijpelijk want soms halen sceptici met hun kritische kanttekeningen hele geloofssystemen onderuit en het kan zelfs leiden tot nieuwe wetgeving.”
“Ja, dat herken ik wel. Jullie zijn vaak enorme betweters en enige arrogantie is jullie ook niet vreemd!” provoceerde ze op lichtelijk geagiteerde toon.
“Ook dat hebben de sceptici zich aangetrokken en de Nieuwe Scepticus is tegenwoordig veel minder gericht op het zaaien van twijfel, maar veel meer op het doen van constructief onderzoek dat ook echt bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwe kennis. Bijzondere claims zijn als het ware de brandstof voor het sceptische onderzoek. Ze zijn de worst die voor de kenniskar bungelt en waar de scepticus kwijlend naar hapt, ondertussen de kenniskar voorttrekkend. Ze provoceren de scepticus om zijn/haar hersens te laten kraken en tot nieuwe inzichten en kennis te komen. Lukt dat niet dan dient de scepticus zich zonder verdere waardeoordelen uit te spreken, een tikje bedeesd terug te trekken en de bijzondere claim vooralsnog met rust te laten.”
“Hmm, dat klinkt allemaal wel lief en aardig, maar jullie benadering is toch altijd vanuit de wetenschap en als het daarmee niet verklaard kan worden dan noemen jullie het toch onzin?”
“De benadering die de scepticus kiest hangt af van de context, maar natuurlijk gebruikt hij of zij altijd methodieken die gebaseerd zijn op waarneming, logische en consistente vorming van hypotheses en experimenten waarmee reproduceerbaar bewijs kan worden verkregen. In die zin zit er veel wetenschap in hun argumentatie, maar toch dient er altijd dat restje twijfel bij de scepticus over te blijven”.
“Ik kan me op zich wel voorstellen dat het goed werkt voor de bètawetenschappen, maar hoe doe je dat bij de zachtere onderwerpen als ethiek, cultuur, economie of sociologie?”
“De scepticus benadert deze onderwerpen op precies dezelfde manier. Er bestaan geen absolute waarheden, maar door het stellen van constructief kritische vragen en het uitvoeren van onderzoek kan ook op deze gebieden nieuwe kennis ontstaan.”
“Op zich interessant. Eigenlijk ben ik als interviewer dus ook een soort scepticus. Maar euh, toen ik dit interview voorbereidde heb ik eens even op de blogs van Logates, Skepsis en de Lachende Theoloog rondgesnuffeld en ik moet eerlijk zeggen dat men daar elkaar nogal eens in de haren vliegt. Zijn er dan toch nog steeds teveel oude sceptici aan het werk?”
“Als je goed leest dan zie je dat de meer ervaren sceptici als Logates, Nanninga en Nienhuys, reeds geduldig en consistent het Nieuwe Scepticisme bedrijven. Toch houd je een aantal fundamentele problemen met dit soort discussies. De Nieuwe Scepticus die probeert op constructieve wijze een bijzondere claim te onderzoeken, moet op een bepaald moment die verkregen kennis of logica wel kunnen uitleggen. Soms gaat het hierbij over specialistische wetenschappelijke onderwerpen als wiskunde, kwantummechanica of medische onderwerpen waarvan niet alle partijen evenveel kennis van bezitten. Dit kennisgat kan vaak alleen maar door gedegen scholing gedicht worden en een diepgaande argumentatie enkel vanuit de bèta wetenschappelijke hoek brengt partijen daarom zelden nader tot elkaar. Hier komt nog bij dat degenen die iets bijzonders claimen dit dikwijls proberen te onderbouwen met maar half begrepen wetenschappelijke theorieën. Dit maakt dan natuurlijk het slechtste in de scepticus wakker en hij/zij zal als eerste zijn pijlen op dit onacceptabele misbruik van het wetenschappelijke gedachtegoed richten.”
“Wat brengt partijen dan wel dichter bij elkaar? Ik lees toch eigenlijk alleen maar gehakketak.”
“Mijns inziens is de psychologische invalshoek een hele goede kandidaat. Vaak zijn bijzondere claims, die de scepticus provoceren tot het doen van onderzoek, enkel gebaseerd op persoonlijk ervaringen die met grote overtuiging gedeeld worden met anderen. Soms zijn deze eenmalig en spontaan, maar ze kunnen ook herhaald voorkomen en men kan er patronen en nieuwe samenhangen in ontdekken. Door als het ware hand in hand dit soort ervaringen in een bredere context te plaatsen en ze gezamenlijk te verkennen, kunnen nieuwe persoonlijke inzichten ontstaan maar ook nieuwe patronen ontdekt worden.”
“Maar waarom doe je überhaupt onderzoek naar bijzondere claims? Je kunt toch ook gewoon denken ‘laat maar gaan’ en ‘geloof wat je wilt’?” sprak ze inmiddels een tikje vermoeid.
“Dat is een goede vraag. Ik denk dat mijn scepsis gevoed wordt door een enorme nieuwsgierigheid naar alles. Op de één of andere manier wil ik gewoon weten wat er achter die bijzondere claims zit. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik in het verleden ook vaak uit een soort sensatiezucht kritiekloos achter vele bijzondere claims heb aangelopen. Zoals Uri Geller’s TV show uit de jaren 70 (het klokje ging lopen!), Emile Ratelband met zijn Neuro Linguistisch Programmeren in de jaren 80, de mystieke interpretatie van de kwantummechanica na het zien van de Teleac cursus “Van Quantum tot Quark”. Ergens diep in mij heb ik nog steeds de hoop dat er nog eens een hele spectaculaire doorbraak komt die alle wetenschappers versteld doet staan. Naarmate zo’n spektakelstuk echter steeds langer uitblijft en ik steeds meer wetenschappelijke onderwerpen gelezen heb en inmiddels ook wat ouder/milder geworden ben, voel ik mij steeds meer thuis in de rol van een oude scepticus die momenteel een Nieuw jasje aan het passen is. Maar eerlijk is eerlijk, niets menselijks is de scepticus vreemd. Mijn grootste bevrediging komt toch uit het verkrijgen van een nieuw inzicht door het gericht bestuderen van een bijzondere claim tezamen met in andere disciplines geschoolde sceptici. Maar als die verworven kennis dan niet uit te leggen valt of overdraagbaar is, dan krijgt soms toch weer de irritatie de overhand.”
“Maar hoe beïnvloedt dit nou je dagelijkse leven. Worden je vrouw en kinderen niet stapelgek van iemand die altijd maar aan alles twijfelt. Kijk kleine kinderen die komen na een tijdje uit hun ‘Waarom?’ fase, maar jullie sceptici lijken daarin te blijven hangen? Vind je zo’n rationeel materialistisch/wetenschappelijk wereldbeeld nou niet heel erg beklemmend.” gooide ze haar laatste troefkaart op tafel.
“Natuurlijk is de scepticus niet de hele dag sceptisch of probeert constant verklaringen te vinden voor onverklaarbare verschijnselen. Dat houdt geen mens vol. Het gaat om het vinden van de juiste balans. Een mooi stuk muziek moet je niet gaan ontleden in de elementaire sinusgolven. Subjectieve en morele zaken als mooi en lelijk of goed en slecht of haat en liefde benadert de scepticus meestal als ieder ander mens. Een scepticus kan ook heel goed religieus zijn, zolang hij/zij het onderscheid tussen religie en wetenschap maar op een zuivere manier kan blijven maken. De scepticus richt zich voornamelijk op spectaculaire claims en zal daarbij eerder weigeren om zaken voor waar aan te nemen zonder ze eerst constructief kritisch onderzocht te hebben.”
“Laatste vraag. Durf je dit fictieve interview op het Logates blog te plaatsen?”
“Hmm. Ik twijfel daarover en blijf sceptisch over mijn eigen bijzondere claims hierboven. Volgens mij levert dit namelijk na plaatsing namelijk een stortvloed aan reacties op…”
AGNO