Twijfelen over het scepticisme

Gastbijdrage van Agno:

Interview tussen de heer Agno Sticus en de kritische journaliste Veronique Ragen-Steller.

“Zo, dus jij noemt jezelf een scepticus, Agno?”, opende Veronique uiterst wantrouwend.

“Zeker!” antwoordde ik superieur achterover leunend met beide handen op mijn achterhoofd.

“En daar twijfel je dus niet aan?”, klapte haar sluw opgezette val meteen dicht.

“Ahum, nou ja. Je kunt als scepticus natuurlijk niet aan alles twijfelen,” hakkelde ik ongemakkelijk, terwijl ik snel mijn armen over elkaar vouwde.

“Oh?” was haar enige antwoord en ze trok haar wenkbrauwen lichtjes uitdagend omhoog.

Er viel een gespannen stilte die duidelijk door mij als eerste doorbroken moest worden. Flarden van Paul Kurtz’ artikel over het Nieuw Scepticisme flitsten door mijn hoofd. Hoe zat dat nu ook weer precies? Hij kon het allemaal zo kristalhelder uitleggen.

“Om jouw vraag te beantwoorden moeten we terug naar de oude Grieken,” sloeg ik een pad in met een voor mij onzekere eindbestemming. “Kijk, de oude Grieken onder aanvoering van ene Pyrrho, dat waren een soort sceptische extremisten. Ze dachten dat je aan alles moest twijfelen en dat je nooit iets met zekerheid zou kunnen weten. Objectieve kennis kon dus ook niet bestaan, enkel subjectieve waarneming. Maar die was ook onbetrouwbaar aangezien onze zintuigen ons constant voor de gek houden.”

“Dus ook geen kennis over wat goed of slecht is?” onderbrak ze scherp.

“Inderdaad, de Grieken waren net zo extreem over ethische kwesties en dachten dat er geen objectieve maatstaven voor goed en kwaad konden bestaan. Dat onderscheid moest eenieder maar een beetje voor zichzelf uitmaken.”

“Aha. Het was dus ieder voor zich en God voor ons allen. En wat gebeurde er daarna?” vroeg ze, terwijl ze een tikje ongeduldig met het knopje van haar pen klikte.

“Natuurlijk is zo’n extreme sceptische houding niet vol te houden. Enerzijds is de aanname dat objectieve kennis niet bestaat ook weer gebaseerd op de aanname dat deze aanname waar is en dat is dan meteen ook weer een vorm van kennis. Kom je dus nooit uit. Anderzijds hadden die extremisten in de praktijk toch stiekem wel allerlei waardeoordelen over wanneer het ‘ieder voor zich’ was en wanneer men zich aan de heersende moraal diende te houden.”

“Dus er moest wat nieuws bedacht worden? Nou ik ben benieuwd,” klonk het nog steeds een tikje wantrouwend.

“Inderdaad. Toen kwamen de wat neutralere sceptici. Types die zich tegen de agnostici aanschurkten. Ze zeiden constant: ‘ik weet het niet, je kunt het ook niet weten en ik heb er geen oordeel over, maar hier is wel een nuchter tegenargument voor jouw claim. Zie maar wat je ermee doet. Mij maakt het allemaal niks uit.’”

“Wel een beetje laffe houding hoor! Ik neem aan dat jij jezelf niet tot die groep rekent Agno?” sprak ze op een toon die enkel ruimte liet voor slechts één correct antwoord…

“Nee, natuurlijk niet!” verdedigde ik mezelf toch nog iets te fel naar mijn zin.

“Vertel op dan. Hoe moest het dan verder met de sceptici?” drong ze aan.

“Nou kijk, die extreme en die beetje laffe sceptici dat werd dus niks omdat het gewoon niet aansloot bij de behoeften van de mens. Men zag toch wel in dat bepaalde zaken in de natuur een bepaalde regelmaat hadden en daardoor voorspelbaar werden. De mensen houden nu eenmaal graag van een beetje zekerheid in hun wereldbeeld. Dus toen hebben ze iets nieuws bedacht. Ze zeiden weliswaar dat je nooit objectieve, universele kennis kan vergaren, maar dat we kennis over de wereld om ons heen toch met een bepaalde waarschijnlijkheid mogen beschouwen.”

“Leuk dat woord! ‘Waar’-schijnlijkheid, Daar zit toch stiekem weer het woord ‘waar’ in!” sprak ze veel te triomfantelijk.

Dat was een schot voor open doel. Nu was het mijn beurt. “Aha. Leuke woordgrap. Je hebt kennelijk net zoals ik het woord ‘scepticisme’ op Wikipedia opgezocht…?”

Verbeelde ik me dat nou of bloosde ze ? Een journaliste die pen en papier gebruikte, maar wel Wikipedia als bron gebruikte. Oei. Haar toon werd in ieder geval opeens een stuk vriendelijker. “Euh, misschien heel lang geleden eens gekeken. Maar euh, vertel verder, ik wil echt weten hoe dit gaat aflopen!”

“Nou, in essentie gaat de moderne scepticus er nog steeds vanuit dat alle kennis slechts met een bepaalde waarschijnlijkheid ‘waar’ kan zijn. In de loop van de tijd heeft echter met name de wetenschappelijke methode zowel de hoeveelheid als de waarschijnlijkheid van de kennis sterk vergroot. De scepticus kan ook vandaag de dag nog steeds niet met zekerheid uitsluiten dat een appel plotseling omhoog zou kunnen vallen. Je moet altijd de context van de kennis in de gaten houden. Kijk 1 + 1 is 2, maar je kunt ook zeggen dat 1 + 1 gelijk is aan 11 of 10 (binair geschreven) of een + is (twee 1-tjes door elkaar) of  een T ”

“Dus dat is alles? Is dat nu een moderne scepticus? Valt me eigenlijk een beetje tegen,” sprak ze gespeeld teleurgesteld, daarmee een scherper antwoord provocerend.

“Ho ho. Wacht even. We zijn er nog niet! Kijk er is de laatste jaren ook nagedacht over een soort ‘gedragscode’ voor de scepticus.”

“Een gedragscode?” reageerde ze oprecht verbaasd.

“Nou ja, gedragscode is misschien een te sterk woord, maar de rol van de scepticus is wel wat verder aangescherpt. Laat ik een voorbeeld geven. Kijk een moderne scepticus mag niet van  tevoren zomaar aannemen dat een bijzondere claim onwaar is. Een scepticus die het bestaan van bijvoorbeeld God ontkent is namelijk geen echte scepticus, maar een atheïst en als hij het bestaan van bijvoorbeeld stralen ontkent is hij een ‘a-straal’. Een ware scepticus is dus nooit een ‘a-iets’, maar zal altijd open blijven staan voor welke bijzondere claim dan ook. Niets is bij voorbaat ‘onwaar’ of ‘onzin’ en deze termen moet hij/zij dan ook zoveel mogelijk vermijden ook al is dit soms nog zo verleidelijk!”

“Ok. Dat snap ik. Zijn er nog meer van dat soort regels?”

“Zeker. Zoals je weet worden sceptici vaak negatief benaderd en roepen ze met hun vele kritische vragen grote en vaak sterke emotionele weerstand op bij degenen die een bijzondere claim verdedigen. Dat is op zich ook wel begrijpelijk want soms halen sceptici met hun kritische kanttekeningen hele geloofssystemen onderuit en het kan zelfs leiden tot nieuwe wetgeving.”

“Ja, dat herken ik wel. Jullie zijn vaak enorme betweters en enige arrogantie is jullie ook niet vreemd!” provoceerde ze op lichtelijk geagiteerde toon.

“Ook dat hebben de sceptici zich aangetrokken en de Nieuwe Scepticus is tegenwoordig veel minder gericht op het zaaien van twijfel, maar veel meer op het doen van constructief onderzoek dat ook echt bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwe kennis. Bijzondere claims zijn als het ware de brandstof voor het sceptische onderzoek. Ze zijn de worst die voor de kenniskar bungelt en waar de scepticus kwijlend naar hapt, ondertussen de kenniskar voorttrekkend. Ze provoceren de scepticus om zijn/haar hersens te laten kraken en tot nieuwe inzichten en kennis te komen. Lukt dat niet dan dient de scepticus zich zonder verdere waardeoordelen uit te spreken, een tikje bedeesd terug te trekken en de bijzondere claim vooralsnog met rust te laten.”

“Hmm, dat klinkt allemaal wel lief en aardig, maar jullie benadering is toch altijd vanuit de wetenschap en als het daarmee niet verklaard kan worden dan noemen jullie het toch onzin?”

“De benadering die de scepticus kiest hangt af van de context, maar natuurlijk gebruikt hij of zij altijd methodieken die gebaseerd zijn op waarneming, logische en consistente vorming van hypotheses en experimenten waarmee reproduceerbaar bewijs kan worden verkregen. In die zin zit er veel wetenschap in hun argumentatie, maar toch dient er altijd dat restje twijfel bij de scepticus over te blijven”.

“Ik kan me op zich wel voorstellen dat het goed werkt voor de bètawetenschappen, maar hoe doe je dat bij de zachtere onderwerpen als ethiek, cultuur, economie of sociologie?”

“De scepticus benadert deze onderwerpen op precies dezelfde manier. Er bestaan geen absolute waarheden, maar door het stellen van constructief kritische vragen en het uitvoeren van onderzoek kan ook op deze gebieden nieuwe kennis ontstaan.”

“Op zich interessant. Eigenlijk ben ik als interviewer dus ook een soort scepticus. Maar euh, toen ik dit interview voorbereidde heb ik eens even op de blogs van Logates, Skepsis en de Lachende Theoloog rondgesnuffeld en ik moet eerlijk zeggen dat men daar elkaar nogal eens in de haren vliegt. Zijn er dan toch nog steeds teveel oude sceptici aan het werk?”

“Als je goed leest dan zie je dat de meer ervaren sceptici als Logates, Nanninga en Nienhuys, reeds geduldig en consistent het Nieuwe Scepticisme bedrijven. Toch houd je een aantal fundamentele problemen met dit soort discussies. De Nieuwe Scepticus die probeert op constructieve wijze een bijzondere claim te onderzoeken, moet op een bepaald moment die verkregen kennis of logica wel kunnen uitleggen. Soms gaat het hierbij over specialistische wetenschappelijke onderwerpen als wiskunde, kwantummechanica of medische onderwerpen waarvan niet alle partijen evenveel kennis van bezitten. Dit kennisgat kan vaak alleen maar door gedegen scholing gedicht worden en een diepgaande argumentatie enkel vanuit de bèta wetenschappelijke hoek brengt partijen daarom zelden nader tot elkaar. Hier komt nog bij dat degenen die iets bijzonders claimen dit dikwijls proberen te onderbouwen met maar half begrepen wetenschappelijke theorieën. Dit maakt dan natuurlijk het slechtste in de scepticus wakker en hij/zij zal als eerste zijn pijlen op dit onacceptabele misbruik van het wetenschappelijke gedachtegoed richten.”

“Wat brengt partijen dan wel dichter bij elkaar? Ik lees toch eigenlijk alleen maar gehakketak.”

“Mijns inziens is de psychologische invalshoek een hele goede kandidaat. Vaak zijn bijzondere claims, die de scepticus provoceren tot het doen van onderzoek, enkel gebaseerd op persoonlijk ervaringen die met grote overtuiging gedeeld worden met anderen. Soms zijn deze eenmalig en spontaan, maar ze kunnen ook herhaald voorkomen en men kan er patronen en nieuwe samenhangen in ontdekken. Door als het ware hand in hand dit soort ervaringen in een bredere context te plaatsen en ze gezamenlijk te verkennen, kunnen nieuwe persoonlijke inzichten ontstaan maar ook nieuwe patronen ontdekt worden.”

“Maar waarom doe je überhaupt onderzoek naar bijzondere claims? Je kunt toch ook gewoon denken ‘laat maar gaan’ en ‘geloof wat je wilt’?” sprak ze inmiddels een tikje vermoeid.

“Dat is een goede vraag. Ik denk dat mijn scepsis gevoed wordt door een enorme nieuwsgierigheid naar alles. Op de één of andere manier wil ik gewoon weten wat er achter die bijzondere claims zit. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik in het verleden ook vaak uit een soort sensatiezucht kritiekloos achter vele bijzondere claims heb aangelopen. Zoals Uri Geller’s TV show uit de jaren 70 (het klokje ging lopen!), Emile Ratelband met zijn Neuro Linguistisch Programmeren in de jaren 80, de mystieke interpretatie van de kwantummechanica na het zien van de Teleac cursus “Van Quantum tot Quark”. Ergens diep in mij heb ik nog steeds de hoop dat er nog eens een hele spectaculaire doorbraak komt die alle wetenschappers versteld doet staan. Naarmate zo’n spektakelstuk echter steeds langer uitblijft en ik steeds meer wetenschappelijke onderwerpen gelezen heb en inmiddels ook wat ouder/milder geworden ben, voel ik mij steeds meer thuis in de rol van een oude scepticus die momenteel een Nieuw jasje aan het passen is. Maar eerlijk is eerlijk, niets menselijks is de scepticus vreemd. Mijn grootste bevrediging komt toch uit het verkrijgen van een nieuw inzicht door het gericht bestuderen van een bijzondere claim tezamen met in andere disciplines geschoolde sceptici. Maar als die verworven kennis dan niet uit te leggen valt of overdraagbaar is, dan krijgt soms toch weer de irritatie de overhand.”

“Maar hoe beïnvloedt dit nou je dagelijkse leven. Worden je vrouw en kinderen niet stapelgek van iemand die altijd maar aan alles twijfelt. Kijk kleine kinderen die komen na een tijdje uit hun ‘Waarom?’ fase, maar jullie sceptici lijken daarin te blijven hangen? Vind je zo’n rationeel materialistisch/wetenschappelijk wereldbeeld nou niet heel erg beklemmend.” gooide ze haar laatste troefkaart op tafel.

“Natuurlijk is de scepticus niet de hele dag sceptisch of probeert constant verklaringen te vinden voor onverklaarbare verschijnselen. Dat houdt geen mens vol. Het gaat om het vinden van de juiste balans. Een mooi stuk muziek moet je niet gaan ontleden in de elementaire sinusgolven. Subjectieve en morele zaken als mooi en lelijk of goed en slecht of haat en liefde benadert de scepticus meestal als ieder ander mens. Een scepticus kan ook heel goed religieus zijn, zolang hij/zij het onderscheid tussen religie en wetenschap maar op een zuivere manier kan blijven maken. De scepticus richt zich voornamelijk op spectaculaire claims en zal daarbij eerder weigeren om zaken voor waar aan te nemen zonder ze eerst constructief kritisch onderzocht te hebben.”

“Laatste vraag. Durf je dit fictieve interview op het Logates blog te plaatsen?”

“Hmm. Ik twijfel daarover en blijf sceptisch over mijn eigen bijzondere claims hierboven. Volgens mij levert dit namelijk na plaatsing namelijk een stortvloed aan reacties op…”

AGNO

Index van alle artikelen

Comments (25)

De definitie van God

Er was ooit een diepgelovig wetenschapper op dit blog die mij uitdaagde zijn waterdichte godsbewijs te weerleggen. Hij hield een uitgebreid betoog vergezeld van wiskundige verzamelingen, paradoxen en axioma’s. Wat ontbrak was zijn definitie van God en waar hij de kennis vandaan heeft gehaald om tot die definitie te komen. Nadat ik hem daarom vroeg kreeg ik de volgende antwoorden:

Definitie van God: Schepper van alles, en daarmee oorzaak van alles.

Bron: Definitie die gebruikt wordt door alle filosofen.

De discussie hebben we nooit afgemaakt want dit is een definitie waarmee we geen kant op kunnen. Het probleem is dat “schepper” ook weer een definitie behoeft. Hebben we het over een man, of een vrouw of misschien een andere levensvorm? De vraag kan niet beantwoord worden zonder daarbij uiteindelijk als bron bij een heilig boek uit te komen en dat is voor wetenschappers geen betrouwbaar document. Het veiligste antwoord is misschien dat “schepper” een fenomeen is, maar in dat geval zou dat fenomeen ook de oerknal kunnen zijn. Als God gelijk kan staan aan de oerknal is de definitie niet veel waard, dat heeft niets meer te maken met religie.

Waar het mij als atheïst om te doen is, is niet zozeer de afwijzing van het concept van “geloven in een god” als wel de afwijzing dat aan geloof bepaalde leefregels, wetten en beloften worden gekoppeld. Die regels en beloften komen namelijk uit een boek waarvan de inhoud wel eens geheel door mensen verzonnen zou kunnen zijn.

Het feit dat er zoveel verschillende heilige boeken zijn met tegenstrijdige beweringen over de werkelijkheid van ons bestaan kan grofweg leiden tot twee conclusies:

1. De inhoud van de verschillende boeken is ontsprongen aan de fantasie van verschillende mensen.

2. Eén boek bevat de waarheid en de inhoud van de rest van de boeken is fictief.

Vooralsnog lijkt conclusie 1 de meest simpele verklaring. Conclusie 2 leidt tot de onmogelijke taak aan te wijzen welk boek het bij het rechte eind heeft. Dit kan niet omdat we de validiteit van een dergelijke keuze nergens aan kunnen toetsen in onze werkelijkheid.

Uiteindelijk rest een gelovige niets anders dan geloven dat het heilige boek dat bij zijn religie hoort de waarheid bevat en zo hoort het natuurlijk ook. Een geloof draait om geloven, waterdicht semi-wetenschappelijk bewijs formuleren dat God bestaat is theologisch niet te verdedigen. Het zou immers het concept van “geloven” danig ondermijnen.

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (96)

Dit blog opent zijn deuren

Al geruime tijd speel ik met de gedachte dit blog open te stellen voor artikelen van andere sceptici. Ik zag er lange tijd niet echt het nut van in omdat er al meerdere plekken op het internet zijn waar men artikelen kan publiceren maar misschien dat ik toch goede redenen gevonden heb. Nieuwe artikelen worden zeer snel geïndexeerd door Google en het blog komt ook snel  in “searches” naar boven (zo is dit blog de tweede link als men “scepsis” invoert bij Google). Dit betekent dat artikelen goed te vinden zijn en ook goed gelezen worden.

Als er sceptici zijn die zouden willen bijdragen is het wel belangrijk ongeveer de volgende richtlijnen aan te houden:

– elke onderwerp binnen de scepsis en het atheïsme is welkom

– filosofische onderwerpen vallen buiten het bestek van het blog

– duidelijke taal; niet te hoogdravend en zeker geen “mirakel-taal”

– geen (of zo min mogelijk) ad-hominem retoriek

Als je je geroepen voelt iets te publiceren op dit blog schroom dan niet een mail te sturen naar logicablog@gmail.com

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (7)

Recensie van documentaire “Something Unknown” – een herpublicatie

Met toestemming van de redactie van FilmTotaal een herpublicatie van de recensie over de documentaire Something Unknown van Renée Scheltema. De documentaire wordt door paranormalen en gelovers de hemel ingeprezen: echte wetenschappers die op beeld bewijs laten zien voor het bestaan van paranormale fenomenen! Mijn recensie wordt vervolgens afgedaan als een heksenjacht met de gelovers op de brandstapel als einddoel. Ik meen toch iets subtieler en vooral vriendelijker te zijn geweest.
wit

Something Unknown past in het rijtje films en documentaires als What the Bleep Do We Know!? en The Secret, films waarin wordt gepoogd paranormale fenomenen en gaven aan een breed publiek te presenteren binnen een wetenschappelijk kader. Suggestieve beelden en ensceneringen van paranormale gebeurtenissen worden afgewisseld met interviews met – ogenschijnlijk gevestigde – wetenschappers. Als ik niet beter zou weten, zou ik bijna geloven getuige te zijn van het onomstotelijke bewijs dat paranormale gaven bestaan. Toch vraag ik me af of de neutrale kijker naarmate de film vordert zich niet verwondert over het feit dat er geen enkele scepticus aan het woord komt. Het ontbreken hiervan gaf mij het akelige gevoel naar een propagandafilm te kijken die schaamteloos inspeelt op de ijdele hoop van veel mensen zelf ook over paranormale gaven te beschikken.

Het ontbreken van scepsis is niet het enige dat het wetenschappelijke fundament onder deze documentaire verzwakt. Ook het regelmatig terugkerende fenomeen ‘lepelbuigen’ à la Uri Geller en de serieuze benadering van de praktijken van wonderdokter John of God (João de Deus) getuigen van een flinke dosis naïviteit bij documentairemaker Scheltema. Vrijwel elke goochelaar kent de geheimen achter deze trucs en kan ze in korte tijd leren en zich eigen maken. Bovendien zijn instructieboeken en kant-en-klare hulpmiddelen om deze effecten zelf uit te voeren op het internet makkelijk en goedkoop verkrijgbaar. Blijkbaar heeft Scheltema niet de moeite genomen om dit zelf te onderzoeken. Hoe serieus moet ik deze documentaire nemen als de maker zelf zo slecht onderzoek heeft verricht?

Wat de film mij op pijnlijke wijze heeft duidelijk gemaakt is de onzinnigheid van de parapsychologie, de studie naar paranormale fenomenen. Ik ben weliswaar bevooroordeeld, maar ik word een beetje lacherig van de in de documentaire opgevoerde parapsychologen die met strakke gezichten vertellen over hun onderzoek naar de effecten van ‘significante wereldgebeurtenissen’ op randomgetallengenerators. Vanzelfsprekend ontbreken de voorwaarden om een gebeurtenis als ‘significant’ te kunnen bestempelen en rijst het vermoeden dat de wetenschappers gewoon op zoek zijn gegaan naar een willekeurige gebeurtenis nadat de generators een afwijking lieten zien. Sceptici herkennen in deze benadering wellicht een vorm van de post-hocdenkfout.

Ik ben geen doorgewinterde film- en documentairekijker en zeker geen ervaren recensent maar ik kan me niet voorstellen dat er iemand enthousiast kan worden over de productie zelf. Ik was gedurende het grootste gedeelte van de documentaire erg verveeld en kan hem dan ook niet anders dan saai noemen. Scheltema heeft geen poging ondernomen om het publiek te vermaken met visuele hoogstandjes, stijlvolle muziek of animaties. Het resultaat is een nogal droog geheel dat vermoedelijk alleen een publiek aanspreekt dat gaat kijken om bevestiging te krijgen van hun eigen ideeën omtrent paranormale gaven.

Something Unknown doet niets anders dan ons op de mouw spelden dat er in de wetenschappelijke wereld consensus bestaat over de echtheid van paranormale gaven. De vele ongefundeerde referenties naar de kwantummechanica – en dan specifiek naar het non-localityprincipe – is hierbij een veelgebruikte en beproefde methode. Ik word op mijn blog dagelijks bestookt door mensen die, gevoed door dit soort documentaires, ongeveer hetzelfde roepen. Het zijn precies de mensen die de boodschap van deze documentaire met open armen zullen ontvangen. Ik vermoed dat het ook de enige groep mensen zal zijn. Something Unknown preekt slechts voor eigen parochie en ik constateer na het zien van deze documentaire met blijdschap dat ik daar geen deel van uitmaak.

LOGATES

Index van alle artikelen

Geef een reactie

Open brief aan Liesbeth van Dijk

Beste Mevrouw van Dijk,

Met interesse bekeek ik de uitzending van Pauw en Witteman waarin u de discussie aan ging met Herman de Regt over het SBS6 programma  “Paranormale Kinderen”. Ik schreef daar ook reeds een artikel over op het “Blog ter bevordering van het Logisch Redeneren”. Het is spijtig dat De Regt niet inging op uw uitnodiging de opnames van een aflevering van “Paranormale Kinderen” bij te wonen.

Bij deze stel ik mezelf beschikbaar aanwezig te zijn bij een opname met een “Logates Team” van drie/vier personen en daarover te berichten op mijn blog. Ik beloof objectief te blijven en alles met een “open-mind” te bekijken maar in ruil daarvoor heb ik  de volgende garanties van u en SBS6 nodig:

– ik werk geheel onafhankelijk: ik mag schrijven wat ik wil en hoef aan niemand verantwoording af te leggen
– het team mag gaan en staan waar hij wil (zonder opnames te verstoren uiteraard
– het staat het team vrij (kritische) vragen te stellen op locatie

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Met Vriendelijke Groet,

LOGATES

*Liesbeth van Dijk heeft inmiddels via een privé-mail laten weten graag op het voorstel in te willen gaan na goedkeuring van de andere betrokkenen bij het programma. Wordt vervolgd…

Index van alle artikelen

Comments (59)

De zin van het leven

Een overmijdelijke vraag van ongelovigen aan atheïsten is: als je niet gelooft wat is dan de zin van het leven? De vraag suggereert dat als men niet gelooft het leven geen betekenis heeft.

Het is natuurlijk makkelijk dat aanhangers van een religie de zin van het leven als hapklare brok worden gepresenteerd: een leven in het hiernamaals. Het roept echter ook de nodige vragen op: dienen al die goede bedoelingen, naastenliefde en vroomheid dus slechts om een plek in de hemel veilig te stellen? Dan kan ik toch meer waardering opbrengen voor een atheïst met dezelfde normen en waarden, hij doet het immers niet voor een goddelijke beloning.

Als je als atheïst invulling wil geven aan de betekenis van je leven moet je dat zelf doen. Die zoektocht kan leiden tot interessante bezigheden en vaardigheden die de mens tot grote hoogten kunnen stuwen. Voor de één is het misschien zoveel mogelijk kennis opdoen over een bepaald onderwerp, voor de ander zo hoog mogelijk opklimmen binnen een bedrijf en voor weer een ander het uitlopen van zoveel mogelijk marathons.

Mijn persoonlijke zin van het leven is het participeren in en het genieten van “kunst”. Het begrip “kunst” neem ik heel erg ruim: van muziek, film, literatuur tot beeldende kunst of zelfs kookkunst. Dat wil niet zeggen dat ik overal evenveel in participeer of van geniet, het geeft alleen aan dat ik veel zaken “kunstig” vind en kan begrijpen dat iemand daar zijn leven aan wil wijden. Ik kan legio activiteiten en beroepen bedenken waarbij ik het gevoel heb van een zinnig leven, van dirigent tot frequent concertbezoeker, van kunstschilder tot galeriehouder, van regisseur tot filmrecensent en van chefkok tot culinair fijnproever.

Ik heb gekozen voor een verbintenis met muziek. Het is een keuze die ik al maakte op mijn tiende en heb er met liefde een groot deel van mijn jeugd voor opgegeven. De zin van mijn leven bestaat voor het grootste gedeelte uit het spelen, schrijven en analyseren van en het luisteren naar muziek. Het is mijn passie en mijn beroep en meer heb ik niet nodig om het gevoel te hebben een zinnig leven te leiden.

Buiten dat ik niet geloof in de dingen die mij worden voorgespiegeld door religies denk ik ook niet dat er plaats voor zou zijn in mijn leven. Hoe kan ik tijd vrij maken voor alle verplichte bezigheden die horen bij een vroom leven als ik al een leven lang dagelijks vier tot zes uur moet studeren om mezelf te blijven verbeteren (nog los van de concerten)? Dat is onmogelijk en ik heb ook sterke twijfels over de “religieuze inzet” die gelovige top-muzikanten ten toon spreiden. Ik vermoed dat zij hun religieuze bezigheden ook laten versloffen; je kan natuurlijk zeggen dat je gelovig bent maar hoeveel is het werkelijk waard als je er niets aan doet? Ik kom trouwens nauwelijks gelovige muzikanten tegen en ik denk dat met uitzondering van Amerikanen de meeste westerse top-musici atheïst zijn. De muzikanten-humor backstage – van hip-hop tot klassieke concerten – laat vaak ook niet veel te raden over…

Een gerenommeerd Nederlands scepticus – die mijn identiteit kent – mailde mij ooit eens dat de schoonheid van muziek wellicht het enige is dat voor hem het bestaan van iets goddelijks doet vermoeden. Daarmee krijgt muziek in zijn belevenis iets mystieks en spiritueels, echter laat één ding duidelijk zijn: als er iets niets te maken heeft met spiritualiteit of andere vage noties maar puur op techniek berust is het het musiceren zelf. Naar muziek luisteren echter kan juist wel een spirituele of emotionele belevenis zijn.

Wellicht dat de kennis van de enorme dosis techniek die nodig is om goed te musiceren terwijl het resultaat voor velen vaak magisch is, één van de dingen is die mij het idee hebben gegeven dat de magie die mensen achter gebeurtenissen zoeken niet bestaat. Als je kijkt naar een goede muzikant is het makkelijk het op talent af te schuiven net als dat het makkelijk is een optreden van een medium af te schuiven op een bijzondere gave. Meestal zit er heel iets anders achter, het vereist alleen kennis van zaken om het te herkennen.

Als je de zin van het leven haalt uit het participeren in een religie is het natuurlijk je goed recht maar het is een vergissing te denken dat het de enige manier is om het leven zinnig te maken!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (5)

Helderziende Liesbeth van Dijk bij Pauw en Witteman: de herkansing

Je zou bijna denken dat de redactie van Pauw en Witteman mijn vorige artikel over Liesbeth van Dijk in hun uitzending heeft gelezen. Daarin stel ik dat Jeroen Pauw en Paul Witteman in een gesprek met een medium niet zelf als – slecht geïnformeerde – sceptici moeten fungeren maar daarvoor een ervaren scepticus zouden moeten uitnodigen. En ziedaar: wetenschapsfilosoof Herman de Regt zat deze keer tegenover haar voor het sceptische geluid. Hij is momenteel vooral bekend als mede-auteur van Wat een onzin!

Hij deed – denk ik – wat hij kon maar liep tegen een voorspelbaar probleem aan: het werd het welbekende welles/nietes spelletje tussen medium en scepticus. Het is ook erg moeilijk een dergelijke discussie te vermijden als beide kampen hun eigen standpunt over het voetlicht proberen te brengen zonder waarde te hechten aan wat de ander zegt. Liesbeth van Dijk hechtte geen waarde aan de “wetenschappelijke methode” van Herman de Regt en andersom hechtte hij geen waarde aan van Dijks verzekering dat alles achter de schermen eerlijk is gegaan.

Laat ik voorop stellen dat ik makkelijk praten heb vanachter mijn computer maar ik hoop dat Herman de Regt het me niet kwalijk neemt als ik een suggestie doe voor een volgende keer: luister naar wat Liesbeth van Dijk (of een ander medium) precies zegt en stel daarover vragen. Zo liet zij bijvoorbeeld doorschemeren zelf ook sceptisch te zijn ingesteld; ik denk dat het gesprek een interessantere richting had kunnen uitgaan als hij op dat moment aan haar zou vragen wat zij voor criteria hanteert om aan de hand van beeldfragmenten te bepalen wat echt is en wat niet. De kans is groot dat ze daarop antwoordt dat niet te kunnen (omdat ze er bijvoorbeeld live bij moet zijn), waarna de Regt het makkelijk kan omdraaien en kan zeggen dat hij en de kijker thuis ook niet kunnen weten of het programma berust op waarheid aan de hand van wat men op televisie voorgeschoteld krijgt.

Daarmee bewijst hij niets maar het schept in ieder geval het beeld dat men zijn twijfels moet hebben bij wat men op televisie ziet. Ik zou zelfs uit voorzorg ook een eigen filmpje hebben meegenomen waarin een “paranormaal” wondertje compleet in scene is gezet. Als Liesbeth van Dijk dan zou zeggen dat ze wel aan de hand van een filmpje kan bepalen of iets echt is of niet, mag ze dat gelijk demonstreren. Er is namelijk niets dat ze werkelijk kan aantonen en dat is nu juist het punt.

Vervolgens kan makkelijk een bruggetje gemaakt worden naar de moeilijkheid van het aantonen van een negatief: de Regt hoeft niet aan te tonen dat de kinderen niet paranormaal begaafd zijn, van Dijk moet met bewijzen komen dat ze dat wel zijn met meer waarde dan ooggetuigenverslagen. Tot die tijd zijn er simpelere en dus aannemelijker antwoorden op de vraag hoe de kinderen hun schijnbaar onmogelijke kunsten vertonen in het programma. Concepten als bewijslast en Occam’s Razor (waar de Regt een aantal keer op iets te ingewikkelde wijze naar probeerde te verwijzen) komen veel beter aan bij het kijkerspubliek als eerst is vastgesteld dat Liesbeth van Dijk zelf ook niet met zekerheid kan vaststellen wat echt is en wat niet.

Ik schreef het al in mijn vorige artikel over Liesbeth van Dijk bij Pauw en Witteman: het is de kunst van de scepticus om de discussiepartner – of in dit geval de kijkers – aan het twijfelen te krijgen over de “echtheid” van de getoonde paranormale fenomenen al is het maar heel, heel licht.

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (23)

Older Posts »