Archive for culturen

De hoofdgedachte achter anti-theïsme

In een recente discussie tussen een blogbezoeker en ondergetekende over – onder andere – de boeken geschreven door prominente atheïsten/anti-theïsten als Richard Dawkins, Christopher Hitchens en Sam Harris bleek dat ondanks heftige kritiek en oordelen over de boeken en de personen erachter, de boeken door mijn opponent niet waren gelezen. Zij ging klaarblijkelijk alleen af op de titels en de mening van anderen van wie ook niet duidelijk is of ze de boeken hebben gelezen. Het doet me – in de verte – denken aan de misstanden na de publicatie van de Deense spotprenten van Mohammed: heftige reacties, doodsbedreigingen en protesten door grote groepen moslims die de spotprenten nooit hebben gezien; of het doodsvonnis dat Ayatollah Khomeini uitsprak – zonder dat hij zelf The Satanic Verses had gelezen – over schrijver Salman Rushdie.  Het valt op dat veel atheïsten wel de heilige boeken (of tenminste delen ervan) hebben gelezen alvorens ze er uitspraken over doen. Ook ik heb de Bijbel meerdere keren gelezen – ik heb christelijk onderwijs doorlopen en zondagsschool bezocht – en probeer me nu, met grote moeite, door de Koran te worstelen.

Het lijkt me een stimulerend idee om enkele artikels te besteden aan passages in de boeken van genoemde atheïsten die mij bijzonder zijn bijgebleven en die tot denken aanzetten. De passage voor dit artikel komt uit het briljante God is not Great van Christopher Hitchens. Hier volgt een vertaling van mijn hand aangezien ik het boek in het Engels heb gelezen:

Uit “God is not Great” door Christopher Hitchens, hoofdstuk: “The Metaphysical Claims of Religion are False:

“…Veel godsdiensten proberen ons voor zich te winnen met innemende glimlach en wijd open gespreide armen vergelijkbaar met een gladde koopman op een bazaar. Ze bieden troost, solidariteit en verbetering, met elkaar concurrerend zoals men dat doet op een markt. We hebben echter het recht terug te denken aan hoe barbaars ze zich gedroegen toen ze sterk stonden en de mensheid een aanbod deden dat niet geweigerd kon en mocht worden. En mochten we ooit vergeten hoe dat geweest zou zijn, dan hoeven we alleen maar te kijken naar de landen en samenlevingen waar geestelijke leiders nog steeds de macht hebben om hun eigen wensen en wetten af te dwingen. De zielige overblijfselen van een dergelijk beleid kunnen vandaag de dag nog steeds worden aanschouwd in moderne maatschappijen in de pogingen die gedaan worden door godsdiensten om controle te krijgen over onderwijs, of de vrijstelling van belasting, of het aannemen van wetten die het beledigen van goden, of zelfs hun profeten – verbiedt…”

Hitchens verwoordt in deze passage op treffende wijze de hoofdgedachte achter de anti-theïstische stellingname dat religie slecht is voor de mensheid, met andere woorden: de mensheid zou beter af zijn als er geen religie zou zijn in de wereld. Een stelling die ik zelf ook al eens heb geponeerd in een ander artikel (tweede alinea) op dit blog. Die hoofdgedachte zou als volgt kunnen worden weergegeven:

Religie en de ideeën en principes waarop religie steunt nodigen uit tot machtsmisbruik van de leiders binnen een religie, met name als de desbetreffende religieuze stroming ook nog politieke invloed heeft. Het machtsmisbruik gaat vrijwel altijd gepaard met wreedheden en andere moreel verwerpelijk beleid.

Bovenstaand principe is tot uiting gekomen in de theocratieën van de wereld, zowel in de geschiedenis als ook nu. Laat er geen misverstand over bestaan: een religieus beleid is per definitie een totalitair beleid, want wie is de mens om te toornen aan goddelijke wetgeving en besluiten? Het probleem is natuurlijk dat het uiteindelijk mensen zijn – met zelfbenoemde “goddelijke autoriteit” – die die wetgeving moeten handhaven, en mensen (zo blijkt keer op keer) zijn makkelijk te corrumperen. Merk ook op dat veel totalitaire staatsvormen die zogenaamd “los-van-God” zijn akelig veel weg hebben van theocratieën; de godheid is hier vervangen door een aardse leider met bovennatuurlijke trekjes die voorbestemd is over zijn volgelingen te regeren en die door eenieder moet worden geëerd zonder enige kritische beschouwing (Stalinisme, staatsvorm van Noord-Korea).

Gelovigen zullen hier tegenin brengen dat het niet de godsdienst op zich is die slecht is maar de mensen die het misbruiken voor eigen gewin. Dat is zeker een valide punt maar gaat voorbij aan het feit dat het erg makkelijk is om dubieuze verzen in heilige boeken te vinden die ontegenzeggelijk immoreel beleid op één of andere manier goedkeuren of zelfs aanprijzen. Dat gegeven leidt tot de conclusie dat staatsvormen die gebaseerd zijn op religieuze leefregels met geestelijke leiders(theocratie) of gestructureerd zijn als theocratie waarin de godheid is vervangen door een “menselijke” god vruchtbare gronden zijn voor dictaturen met – volgens huidige westerse standaarden – onmenselijk beleid. Het is daarom, mijns inziens, zeker zaak onze ogen niet te sluiten voor dergelijke misstanden en het wanbeleid van theocratische leiders sterk te veroordelen.

Hitchens maakt zijdelings ook nog een opmerking over de invloed van religie in het onderwijs. Hoewel ik niet absoluut tegen het recht ben van ouders hun kind naar een christelijke, joodse of islamitische (of van welke religieuze stroming dan ook) school te sturen zie ik wel de nodige problemen. Ik ben namelijk van mening dat het godsdienstonderwijs op die scholen “kennisgevend” moet zijn en niet vormend. De leerlingen zouden geschoold moeten worden in wat het inhoudt een bepaald geloof te belijden maar moeten ook voldoende kennis nemen van andere godsdiensten en van het atheïsme, zonder dat er waarde-oordelen worden uitgesproken over welke godsdienst of notie het beste is.

Ik denk dat eenieder wel kan inschatten dat dit een niet echt realistisch streven is. Men maakt mij namelijk niet wijs dat er op een islamitische school met hetzelfde respect naar het christendom wordt gekeken als naar de islam zelf en vice versa voor christelijke scholen, dat is nu eenmaal inherent als je als gelovige – of in dit geval onderwijzende gelovige – een monopolie op de waarheid denkt te hebben. Een andere oplossing zou zijn om goed godsdienstonderwijs te verschaffen op openbare scholen, vanzelfsprekend als kiesbaar vak want kennis van religie is onnodig om te kunnen functioneren in de maatschappij of om een willekeurig beroep te beoefenen (behalve binnen religieuze instituten natuurlijk). Nog een oplossing zou zijn om het godsdienstonderwijs als verplichte module in de geschiedenis-lessen te integreren als onderdeel van de oppervlakkige kennis die men op de middelbare school dient op te doen van de wereldgeschiedenis.

Hitchens’ “God is Not Great” herbergt nog veel meer wijsheden en memorabele passages. Ik kan iedereen het boek dan ook van harte aanbevelen!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (125)

Een pleidooi vóór religieus fundamentalisme en de onoverbrugbare kloof met democratie

Veel mensen die van zichzelf beweren andere levensovertuigen te respecteren, iedereen in zijn waarde te laten en over het algemeen redelijk te zijn hebben toch geen goed woord over voor religieus fundamentalisme. Ook onder een grote groep gematigde gelovigen bestaat er geen begrip voor fundamentalisten. Een begrijpelijk standpunt, maar voor mensen die zichzelf echt als religieus beschouwen een onlogisch standpunt.

Een stelling: Religeuze fundamentalisten zijn volgens de regels van een bepaald geloof betere volgelingen van de desbetreffende god dan gematigde gelovigen.

Hoe absurd de stelling op het eerste gezicht ook mag klinken, hij is met behulp van de logica niet moeilijk te beargumenteren. Als gelovige behoor je te geloven dat ethische waarden en leefregels zijn opgesteld door god; meestal heeft god die waarden en regels via een profeet aan de mensheid medegedeeld. De mens is door god geschapen en de mens legt zodoende in praktisch elk geloof verantwoording af bij god aan het eind van zijn leven. Welke regels de mens ook verzint, ze zijn altijd ondergeschikt aan de regels van de schepper. Dat is een logisch gevolg van elke hiërarchische structuur: de wensen van degene die verantwoording aflegt (de mens) zijn ondergeschikt aan de wensen van degene die verantwoording afneemt (god), elke andere constructie zou de machtsverhoudingen binnen die structuur ernstig verstoren en voor enorm veel verwarring zorgen en uiteindelijk leiden tot anarchie.

Fundamentalisten leven bij dit principe en geven zodoende altijd voorrang aan goddelijke regels; het is dan ook niet moeilijk te concluderen dat zij dus eigenlijk de trouwste volgelingen zijn van hun schepper. Als je het als gelovige niet zo nauw neemt met de hiërarchische structuur van je gekozen religie en alleen soms de regels volgt, bijvoorbeeld als het jezelf uitkomt of als het niet in strijd is met de grondwet, dan ben je logischerwijs gezien een minder goede volgeling; om niet te zeggen een slechte volgeling van god, ook wel een gematigde gelovige genoemd (dat klinkt wat vriendelijker).

Ik begrijp dat deze conclusie voor veel gematigde gelovigen niet te verkroppen is en ze zullen dit in alle toonaarden ontkennen. Let wel dat ik op deze conclusie ben gekomen via een logische redenering, als je het er niet mee eens ben zou ik je willen oproepen om aan te tonen waar de redenering spaak loopt zonder gebruik te maken van holle frases en verzen uit heilige boeken. Dit blog staat in het teken van logisch redeneren en er bestaan te veel tegenstrijdige verzen om daar in de logica gebruik van te maken.

Het is óók niet moeilijk te beredeneren waarom het juist religieuze fundamentalisten zijn die steeds weer stof doen opwaaien met politiek incorrecte publieke uitspraken en gewelddadige acties ten opzichte van anderslevenden- en gelovenden. Er wordt geregeld in de media getwijfeld aan de opvattingen en gedragingen van fundamentalisten en dat kunnen ze natuurlijk niet over hun kant laten gaan: zij worden bekritiseerd door in hun ogen ongelovige verdorven mensen die met hun levensstijl aantonen totaal geen respect te hebben voor god en die op geen enkele wijze in de gratie van hun god staan. Ik denk dat ieder logisch denkend mens daarop felle reacties mag verwachten. Misschien is een vergelijking op zijn plaats, een vergelijking die de beweegredenen van fundamentalisten wat dichter bij brengt.

Stel je een overleden persoon voor van wie je zielsveel hield, het kan je voormalige partner zijn of een familielid. Laten we voor dit artikel aannemen dat de geliefde persoon je vader was. Je hield zielsveel van hem, je had je leven voor hem willen geven. Op een dag word je je bewust van een groep mensen die beweren dat je vader een reïncarnatie was van Hitler. Alsof dat niet erg genoeg is beweren ze ook dat hij in zijn nieuwe gedaante nog steeds kwaadaardige bedoelingen had, zijn charmante en aardige uitstraling was slechts een vermomming, hij was een bedrieger! Zijn nazaten zijn al niet veel beter, vergiftigd met kwaadaardig bloed. Je kan met geen mogelijkheid bewijzen dat dat niet zo is, het enige wat je hebt zijn je eigen ervaringen met je vader en vooral ook een dagboek van je moeder met positive verhalen over hem maar daar hecht die groep helemaal geen waarde aan, sterker nog, ze beweren dat het verzonnen is; je neemt die verhalen allemaal veel te letterlijk. Deze verachtelijke groep mensen verziekt je leven en ze spreken dagelijks kwaad over je vader, over jou en je familie op televisie, in de krant, in tijdschriften op de radio en ga zo maar door. Gelukkig sta je niet alleen, je hebt wat medestanders; mensen die je vader nog gekend hebben of die uit loyaliteit naar jou toe je steunen in je harde strijd tegen de groep van leugenaars, het is een kwestie van eer, familie-eer.

Ik hoop dat je je hebt kunnen inleven in bovenstaande alinea. Als dat zo is ben je waarschijnlijk niet geschrokken van de woorden “harde strijd” in de laatste zin. Het was een compleet logisch gevolg van het gevoel van woede dat in je leeft. Is het dan nog zo moeilijk om je voor te stellen dat fundamentalistische christenen, die zielsveel van Jezus houden, een bloedhekel hebben aan joden? Joden zeggen immers dat Jezus een bedrieger was. Is het dan nog zo moeilijk om je voor te stellen dat fundamentalistische moslims, die zielsveel van Mohammed houden, een bloedhekel hebben aan christenen? Christenen ontkennen zelfs het bestaan en daarmee de wijsheid van hun grootste profeet Mohammed! Is het dan nog zo moeilijk om je voor te stellen dat fundamentalisten ook voelen een “harde strijd” te moeten voeren?!

Misschien vraag je je af met welke reden ik de fundamentalistische levensvisie verdedig, maar dat doe ik niet. Ik heb juist geprobeerd aan te tonen dat fundamentalisme op geen enkele manier te rijmen is met het principe van democratie. In een democratie zijn de regels van een heilig boek ondergeschikt aan de regels van de grondwet, regels bedacht door mensen. Persoonlijk zou ik het niet anders willen maar het is onredelijk om te verwachten dat ook fundamentalisten met dat principe kunnen instemmen, het zou hen dwingen zichzelf als gematigde gelovige te zien en dat, hebben we reeds geconcludeerd, is in hun ogen een grove zonde. In een democratie is iedereen vrij te geloven wat hij wil, maar misschien moeten we daar toch nog een voorwaarde aan toevoegen: “In een democratie is iedereen vrij te geloven wat hij wil, mits hij/zij niet door uitspraken en acties te kennen geeft niet te kunnen instemmen met democratische principes” (zoals scheiding van kerk en staat).

Ik ben bang dat ik na bovenstaand relaas maar op één conclusie kan uitkomen: in een democratie is geen plaats voor (openlijk) religieus fundamentalisme. Dat betekent dat er ook maar één oplossing mogelijk is: fundamentalisten moeten zich voor hun eigen veiligheid en voor de veiligstelling van de democratie buiten Nederland vestigen in een land waar religieus fundamentalisme de norm is. Als je vindt dat de conclusie wel erg dichtbij het gedachtegoed van Geert Wilders komt kan ik je geen ongelijk geven, maar bedenk wel dat ik tot mijn conclusie ben gekomen middels logische redeneringen en niet met holle frases en kwetsende populistische propaganda!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (4)

Het misverstand rond tolerantie en het belang van democratie

De laatste jaren wordt er in onze maatschappij door de politiek flink gehamerd op tolerantie voor andere culturen en levensovertuigingen. Klaarblijkelijk is besloten dat mensen aanspreken op hun tolerantievermogen of ze daarin stimuleren de oplossing is voor een vredige samenleving. Er wordt alles aan gedaan om dit te bewerkstelligen: praatprogramma’s op televisie, onderwijs op scholen, bijeenkomsten in jeugdcentra, enz. “In gesprek gaan met elkaar” schijnt het motto te zijn van deze campagne. Ik denk dat ik niet de enige ben die gemerkt heeft dat het helemaal GEEN effect heeft, sterker nog: het lijkt wel of het onbegrip en de haat tussen mensen van verschillende overtuigingen en culturen alleen nog maar is toegenomen. Het tolerantiebeleid lijkt dus juist een averechts effect te hebben.

In een eerder artikel poneer ik een stelling over het openstaan voor de overtuigingen van anderen. Graag zou ik de stelling ook in dit verband aanvoeren: Mensen die zeggen open te staan voor de culturen van anderen staan alleen open voor ideeën die aansluiten bij hun eigen cultuur.

De stelling is precies hetzelfde, ik heb slechts het woord “overtuiging” vervangen door “cultuur”. Als de stelling waar is (en daar ga ik in dit artikel van uit) kun je veilig concluderen dat hoe meer iemand leert over de cultuur van een ander hoe groter de kans is dat hij zich zal afkeren van deze cultuur. Dat zou in ieder geval verklaren waarom het stimuleren van tolerantie niet werkt.

Ergens is het ook vreemd dat men denkt dat het nodig is tolerantie te kweken voor andersdenkenden en anderslevenden. Dat is helemaal niet nodig, aangezien we al decennia (sinds 1919) een ander mechanisme hebben dat het stimuleren van tolerantie en conversaties daarover overbodig maakt: democratie. Onze democratie garandeert dat iedereen het recht heeft te denken wat hij wil en te doen wat hij wil zolang het maar niet indruist tegen de grondwet. En zo komen we denk ik tot de belangrijkste conclusie die we kunnen trekken uit het principe van democratie: welke leefregels en wetten een bepaalde cultuur ook heeft, ze zijn allemaal ondergeschikt aan de regels en wetten zoals beschreven in de grondwet. Volgens mij is deze conclusie en de daaruit voortvloeiende gevolgen hetgeen veel uitvoeriger onderwezen zou moeten worden op scholen, zou moeten worden besproken in praatprogramma’s en op de programma’s zou moeten staan van politieke partijen. Als iedereen in Nederland goed begrijpt dat bijvoorbeeld leefregels gegeven door heilige boeken (bijbel, koran, torah, veda’s) niet belangrijker zijn dan de grondwet is er geen behoefte meer aan tolerantie.

Hoe kun je ook verwachten dat iemand die van jongs af aan geleerd heeft dat homo zijn fout is ineens tolerantie moet kunnen opbrengen voor een levensstijl die hij en iedereen om hem heen compleet afkeurt. Dat lijkt me onrealistisch en ook absoluut niet noodzakelijk. In plaats daarvan moet deze persoon van jongs af aan gewezen worden op het artikel in onze grondwet dat stelt dat je niet openbaar mag discrimineren op basis van seksuele geaardheid. Anders gezegd: hij mag dus homo’s in privésfeer afkeuren, negeren, zelfs haten zolang dat maar niet doorsijpelt naar het publieke leven! Als hij er vervolgens voor kiest zich in het openbaar te uiten dan kan hij vervolging verwachten volgens ons rechtsysteem. Ik denk dat meer mensen kunnen leven met een goed begrip van het democratische principe dan met het principe van tolerantie. De democratie stelt hen immers ook in staat te leven zoals zij zelf willen zonder lastig gevallen te worden.

Elkaars denkbeelden en cultuur negeren is niet iets dat ik zelf heb verzonnen, maar de wijze waarop er jarenlang geleefd werd in Nederland en als ik het goed begrepen heb waren toen de problemen veel minder groot dan nu. Natuurlijk kunnen er altijd gewelddadige uitspattingen ontstaan tussen verschillende groepen, maar kunnen we die niet beter aanpakken met de principes van onze democratie in plaats van met een vage en onrealistische campagne omtrent tolerantie?

Ik heb zelf ook moeite om tolerantie en begrip op te brengen voor bepaalde zaken die ik te weten ben gekomen over andere culturen; ik ben niet actief op zoek gegaan naar die kennis, het is me door de strot geduwd door de media tijdens alle tolerantiepropaganda. Het lijkt wel alsof iedereen in Nederland een sociaal antropoloog moet zijn. Gelukkig heb ik al lang geleden besloten dat ik helemaal geen tolerantie op hoef te brengen, ik negeer gewoon alles wat me niet bevalt en probeer ondertussen mijn steentje bij te dragen aan onze democratische maatschappij.

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (8)

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag