Gisteravond viel ik al zappend binnen in de laatste tien minuten van het EO-programma “Het Elfde Uur” met Andries Knevel. Knevel beantwoordde enkele vragen van Henny Huisman over God en geloven. Met verbazing hoorde ik Knevel de volgende twee antwoorden geven (ik parafraseer):
Vraag 1: Wat zou je doen als je God zou ontmoeten?
Antwoord: Ik zou in totale aanbidding neervallen. Hoe ouder ik word hoe meer ik dat gevoel van aanbidding krijg en hoe minder ik kritische vragen wil stellen.
Vraag 2: Wat zou je aan God vragen?
Antwoord: Waarom al dat lijden? Ik ben in mijn leven steeds meer geconfronteerd met het enorme lijden dat op onze wereld plaatsvindt. Zo was ik recentelijk in Uganda en Moldavië en heb dat enorme lijden met eigen ogen aanschouwd.
Wat Knevel dus in feite zegt is dat tegelijkertijd met het aanschouwen van meer en meer lijden zijn aanbidding voor de God die dit – in Knevels ogen – onbegrijpelijkerwijs toelaat is gegroeid; zelfs tot het punt dat hij niet meer de behoefte voelt om kritische vragen te stellen. Als ik ooit een voorbeeld hoorde van je eigen morele waarden verloochenen dan moet dit het toch zijn!
Het lijkt op het eerste gezicht niet te bevatten hoe iemand ervoor kan kiezen meer waardering te krijgen voor een hogere macht die, ondanks dat hij je eigen moraliteit heeft opgelegd en beoordeelt, niet ingrijpt in moreel verwerpelijke zaken. Als je er echter wat langer over nadenkt denk ik dat er maar twee mogelijkheden zijn als je als gelovige met het verschrikkelijke lijden op de wereld geconfronteerd wordt:
1. Je komt tot de conclusie dat je niet langer kan geloven in een God die het lijden zou toestaan.
2. Geloven is je lust en je leven en je concludeert dat “Gods wegen ondoorgrondelijk zijn” en je geeft je over in totale aanbidding.
Nu vraag ik de lezer: welke van twee bovenstaande opties heeft meer te maken met een rationele beslissing? Ik kies zonder twijfel voor optie één! Optie twee is slechts een pragmatische beslissing gebaseerd op het gegeven dat je of niet wil toegeven dat je al die tijd in iets onzinnigs hebt gelooft of dat je hoopt op een eeuwig leven in het hiernamaals waarvoor geloven een absolute vereiste is. Naarmate je leven vordert wordt het uitzicht op een leven in het hiernamaals ook steeds belangrijker en het verbaast me daarom ook niet dat Knevel – als beroepsgelovige – voor optie twee kiest, al is die keuze waarschijnlijk onbewust tot stand gekomen.
In de verte moet ik denken aan het experiment van Milgram waarbij nietsvermoedende deelnemers er vrijwillig voor kiezen moreel bedenkelijke experimenten uit te voeren (en hun ogen te sluiten voor de gevolgen) omdat het door onderzoekers met autoriteit wordt opgedragen en ze er financieel voor worden gecompenseerd; de link met het aanschouwen van dergelijke experimenten als vrijwillige toeschouwer zonder actie te ondernemen is denk ik snel gelegd.
Al met al vermoed ik dat de pragmatische keuze van Knevel niets anders is dan een zeer verklaarbaar psychologisch proces waarvoor elk mens vatbaar is. Oprecht geloven heeft er in ieder geval weinig mee te maken!
LOGATES