Posts Tagged discussies

Lachen als een theoloog met kiespijn

Wekelijks groeit op internet het aantal verwijzingen naar artikelen op dit blog. Vaak gaat het om links in discussies op forums, soms ook in artikelen op andere blogs. Meestal gaat de verwijzing vergezeld van positief commentaar maar het artikel geschreven door de – immer naar zichzelf in de derde persoon refererende – Lachende Theoloog (DLT) helaas niet. Ondanks mijn vermoeden dat de artikelen op dat blog slechts gelezen worden door een handjevol andere theologen en intellectuelen die de artikelen kunnen volgen, lijkt het me toch wel aardig het artikel hier nog eens te herpubliceren (blauw en schuin gedrukt), vanzelfsprekend met mijn commentaar erbij (normaal gedrukt).

Laat ik beginnen met de observatie – en mening – dat de artikelen op DLT van uitzonderlijk hoge kwaliteit zijn. Sterker nog: mijn eigen intellect is vaak niet toereikend om de artikelen volledig te begrijpen maar wellicht verwar ik hier “intellect” met “interesse”. Zijn artikel over mijn blog (handig vermomd als een artikel over de zin en onzin van drogredeneringen) is – alhoewel vermakelijk om te lezen – helaas van minder hoge kwaliteit:

Niets ergert mij, de zure theoloog, zozeer als websites waarop je drogredenen aantreft: op de man spelen, de stropop, ach, het hele arsenaal staat op zulke websites altijd parmantig en keurig uitgestald.

Er bestaan eigenlijk geen bruikbare spelregels voor de wijsbegeerte. Wel voor het politieke debat (en daar zijn de drogredenen voor ontwikkeld). Ze zijn echter niet bedoeld om gebruikt te worden in een wijsgerige discussie: een wijsgerige discussie is niet aan regels gebonden. Wie een goede inval heeft, een origineel argument, waarbij men wijst op een bepaald verband dat tot nu toe over het hoofd werd gezien, die plaatst een debat in een geheel ander licht. Geprefabriceerde redeneervormen horen hier niet thuis.

DLT heeft groot gelijk: in een wijsgerige of filosofische discussie heeft het aanhalen van drogredeneringen geen zin. Dat is ook precies de reden dat ik absoluut geen interesse heb om op mijn blog filosofische discussies te voeren. Er zijn verschillende lezers die me daar vaak toe uitdagen maar ik laat me daar niet in meeslepen: filosoferen, mijmeren en hopen vinden op dit blog geen gehoor.

Soms is het gebruik van drogredenen zelf een drogreden: iemand die, zonder verdere uitleg, je er van beschuldigt dat je een stroman aanvalt, maakt zich zelf schuldig aan een drogreden: het noemen van een drogreden of het aanwijzen van een drogreden wordt beschouwd als een argument op zich. -Als je iemand wijst op een drogreden, dan heb je echter de plicht om te laten zien dat er inderdaad sprake is van een drogreden.

In de praktijk gebeurt dat zelden: men zegt ‘Dit is een stroman-redenering!’, en daar blijft het bij. Dit is een dooddoener, want iedereen kan dit zeggen; zodra je in een debat geen uitweg ziet, hoef je maar op te merken: ‘U valt een stropop aan!’ en je komt er mee weg.

Ik denk dat het moeilijk is om een voorbeeld te vinden op dit blog waarin ik iemand beschuldig van het aanvoeren van een drogreden zonder uit te leggen waarom. Misschien dat DLT mij een voorbeeld kan laten zien?

Zijn drogredenen altijd fout? Welnee. Op de man spelen is soms erg verstandig. Als je weet dat iemand vaak leugentjes vertelt, dan is het niet onjuist om te denken: Johan heeft het gezegd, dan zal het wel niet waar zijn. Of er sprake is van een drogreden hangt van de situatie af. Daarom moet degene die beweert dat er sprake is van een drogreden, als het even kan, duidelijk maken dat er inderdaad sprake is van een drogreden. Anders is het noemen van een drogreden net zo dwaas als de opmerking van de grootmeester die het volgende advies gaf aan een aantal amateurs: de zet PF3 is altijd goed!

Op de man spelen (ad-hominem) zal soms best verstandig zijn, ik kies er echter voor op mijn blog dat niet te doen. Ik zie geen enkele reden om dit veranderen!

Kortom, het gebruik van drogredenen is vaak zelf een drogreden; tenzij toegepast door iemand die snapt wat de bedoeling is van drogredenen: het is een leidraad voor het verstand, geen wet van meden en perzen.

Daar ben ik het mee eens!

Op Logates, de Blog ter bevordering van het Logisch Redeneren, wordt het volgende principe verdedigd:
“Vaste bezoekers van dit blog hebben inmiddels het principe van bewijslast wel begrepen: een claim kan voor niet waar worden gehouden totdat anders bewezen. Het is dan ook onbegonnen werk – vaak zelfs onmogelijk – en bovendien geheel irrelevant om het bewijs te leveren dat een bizarre claim zou ontkrachten.” Ook deze regel wordt geponeerd met een aplomb alsof we hier te maken hebben met een natuurwet.

Het woordje “ook” in de laatste zin doet vermoeden dat DLT al vanaf de eerste alinea bezig is om mijn blog aan te vallen. Als DLT zou claimen dat dat niet het geval is wil ik graag weten waar het gebruik van het woord “ook” in die zin dan wel op slaat.

Wie wijs is, vraagt zich onmiddellijk af of dit principe wel bruikbaar is.

Deze zin is een “piggy-backing-suggestion” en komt regelrecht uit het handboek van autoriteits-strategieën/overtuigingstechnieken en daar trapt Logates niet in (vindt iemand het irritant dat ik naar mezelf verwijs in de derde persoon?). DLT lijkt hier één uitspraak te doen maar koppelt twee uitspraken aan elkaar (“Je bent wijs” en “vraag je af of dit principe bruikbaar is”) en wekt zo de suggestie dat het één onlosmakelijk met het ander verbonden is. Vergelijk: als u waar voor u geld wil koop dan ons “abtronic system”; goede verkooptechniek, slechte en vooral onware redenering! Voor meer over “piggy-backing”: Leap-of-faith-redeneringen elders op dit blog.

Is het inderdaad zo dat een uitspraak voor niet waar moet worden gehouden tenzij men deze uitspraak kan bewijzen? De uitspraak ‘Bijna alle mensen willen zo lang mogelijk leven’ is volgens dit principe onwaar: je kunt namelijk niet bewijzen dat bijna alle mensen zo lang mogelijk willen leven. Immers, gedurende je leven kun je geen deugdelijke meting verrichten: de leden van toekomstige generaties bestaan nog niet, de leden van vorige generaties zijn al dood. Toch zal niemand zeggen dat deze uitspraak onwaar is.

Ik denk dat voor eenieder die wat tijd spendeert op mijn blog wel duidelijk is dat ik met “claim” doel op paranormale/bovennatuurlijke claims. Ik spreek over “bizarre claims” , DLT maakt hier “uitspraak” van en komt daarna met een flauw voorbeeld om het te weerleggen! “Bizarre claim” en (willekeurige) “uitspraak”, zoek de honderd verschillen!

Kortom, dit parmantig geformuleerde principe is soms van toepassing en soms niet. Als je het wilt toepassen, zul je er bij moeten zeggen waarom je denkt dat dit principe in een specifiek geval van toepassing is. Logates heeft gelukkig geen last van bedenkingen: hij hanteert dit principe als een eeuwige natuurwet.

In het geval van het paranormale/bovennatuurlijke hanteer ik het principe van “bewijslast” inderdaad als “eeuwige natuurwet”, parmantig geformuleerd of niet.

Ik vraag me dan ook ernstig af of Logates er in geslaagd is om iemand aan het denken te zetten. Zijn manier van redeneren is ook weinig indrukwekkend.

Ik durf te beweren dat mensen zeker aan het denken gezet worden; al was het alleen maar om een artikel te schrijven om mijn redeneringen onderuit te halen. Misschien ook aardig om het aantal “reagerende” lezers op dit blog en op het blog van DLT eens naast elkaar te zetten…

Het geloof in God wordt door Logates als volgt ‘weerlegd’:

“Het is absurd om te moeten geloven dat de mens na ongeveer honderduizend jaar op aarde rondzwerven met een levensverwachting van misschien twintig, met vreselijke ziektes, kindersterfte, roofdieren, stamoorlogen en natuurrampen er pas vierduizend jaar geleden – na 96000 jaar het lijden op afstand bekijken – er eindelijk een boodschap komt van de schepper van dit alles. Een boodschap die wordt verkondigd in de bronstijd in Palestina en er alleen al duizend jaar overdoet om China te bereiken. Dit idee is op zich al zo absurd dat het – in mijn ogen – lachwekkend is, maar bedenk dat het het minste is dat je dient te geloven als je het joodse, christelijke of islamitische geloof wilt belijden.”

De merkwaardige ‘volzinnen’ heb ik er niet kunstmatig in verwerkt, die heeft Logates zelf gegenereerd. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat de bovenstaande redenering niet deugt: het gaat hier overduidelijk om een stropop die wordt aangevallen door een stropop, en dat is, welbeschouwd, een vorm van op de stroman spelen… Onze Logates, die zegt het redeneren te willen bevorderen, laat hier iedere vorm van redeneren achterwege en komt tot niet veel meer dan het formuleren van een particuliere mening: hij vindt het christendom ‘lachwekkend’. Zeker. En de Zure Theoloog vindt groene automobielen niet mooi.

DLT heeft gelijk dat mijn eerste zin in de quote die hij gebruikt nogal krom is; mijn excuses daarvoor al denk ik dat de inhoud van de zin wel te begrijpen is. Het is duidelijk dat DLT de bedoeling van het artikel waaruit deze “weerlegging” komt niet heeft begrepen. Ik probeer hier helemaal geen “geloof in God” te weerleggen. In de vierde alinea van het artikel leg ik volgens mij heel duidelijk uit waar het om draait:

“…Sceptici rest dus ook niets anders dan gelovigen te wijzen op onlogische en vaak absurde zaken die met hun specifieke geloof samenhangen, dat is vele malen effectiever dan testen en onderzoeken. Ik heb zelf ervaren dat het wijzen op die absurditeiten veel meer teweeg brengt dan het aandragen van negatieve testresultaten. Laat ik bij de drie voorbeelden blijven in dit artikel (geloof in mediums, telekinese en de abrahamistische god) en laten zien op welke absurditeiten bijvoorbeeld gewezen zou kunnen worden…”

Ik wijs slechts op absurditeiten die met het geloof in de abrahamistische god samenhangen, volgens mij zonder het gebruik van een stropop want waar zitten de onjuistheden in mijn redenering? Het wijzen op eventuele onwaarheden laat DLT ook slim achterwege en komt zo zelf weg met hetgeen hij anderen van beschuldigt: een drogredenering benoemen zonder aan te tonen waarom het een drogredenering is!

Hoe dan ook, al dat gebruik van redeneerprincipes en drogredenen is niet veel meer dan gewichtigdoenerij. In het Duits noemen ze zulk gedrag Schongeisterei. Flauwekul, zeggen ze bij ons in Holland. En zo is het maar krek!

Tja, dat kan ik natuurlijk makkelijk omdraaien: al dat theologische gefilosofeer en gemijmer is niets anders dan gewichtigdoenerig geneuzel. In het Engels noemen ze dat “a waste of time”. “Boeiûh”, zeggen ze bij ons in Holland en da’s een waarheid als een koe!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (5)

De discrepantie tussen perceptie en interpretatie

Het oorspronkelijke doel van dit blog was om ernaar te kunnen verwijzen in een discussie. Sommige ideeën blijken in het dagelijks leven moeilijk te verwoorden in het heetst van de strijd en het leek me handig een plek te hebben op het internet waar ik mijn gedachten omtrent die ideeën zo helder mogelijk zou kunnen formuleren. Als ik er in een live discussie dan om één of andere reden niet uit zou komen (het is ook moeilijk om elkaar uit te laten spreken als de gemoederen verhit raken!) zou ik kunnen zeggen: “…kijk en reageer op mijn blog, ik heb het allemaal beter uitgelegd in een artikel…”.

Eén van de moeilijkste dingen om mee om te gaan in een discussie over het wel of niet bestaan van paranormale fenomenen is wanneer mensen ongelooflijke verhalen vertellen en vervolgens eindigen met: “…hoe verklaar je dat dan?..”. Het is moeilijk te begrijpen voor die mensen dat dergelijke verhalen misschien wel helemaal niet weergeven wat er werkelijk gebeurd is. Oftewel: ze hebben iets ongelooflijks waargenomen (perceptie), maar beschrijven het misschien verkeerd (interpretatie). Meestal doe ik een kaart- of mentale truc om dat punt duidelijk te maken; als ze namelijk na de truc proberen te beschrijven wat er is gebeurd komt dat vrijwel nooit overeen met wat ik daadwerkelijk heb gedaan en dat kan ik vanzelfsprekend makkelijk aantonen. Het kost me helaas wel altijd een (goochelaars)geheim, maar het is voor een goed doel!

Je zou kunnen stellen dat een accurate interpretatie van perceptie een beschrijving is van de realiteit, maar de moeilijkheid zit hem dus in het accuraat interpreteren. Accurate interpretatie vraagt om een objectieve blik en vooral ook om kennis van zaken en dat laatste ontbreekt bij de meeste mensen als het aankomt op het vaststellen van de echtheid van paranormale fenomenen.

Een goed voorbeeld van een “hoe-verklaar-je-dit-dan?”-discussie is onlangs nog gevoerd in reacties over en weer op dit blog tussen blogbezoeker Anneke en mij. Het lijkt me passend om met die discussie (met een paar kleine edits) dit artikel te beëindigen:

Anneke schrijft:

Het is je goed recht om niet open te staan voor mediumschap en andere paranormale verschijnselen. Jaren geleden was de aarde ook nog plat. Het universum is zo groot dat we met onze bekrompen aardse wetenschap niet alles kunnen bewijzen, maar om te zeggen dat wat er niet bewezen wordt onzin is?
Mediumschap is wel degelijk bewezen.

Fysiek mediumschap, dat helaas maar weinig meer voorkomt, is uitgebreid getest. En dan niet door de goochelaar James Randi maar door echte wetenschappers, mensen die diverse mediums onderzocht hebben. De mediums werden in een kast opgesloten, vastgebonden enz. Tijdens die onderzoeken werd er door ectoplasma een mens gevormd, die door artsen werd onderzocht samen met diverse wetenschappers die objectief tegenover het mediumschap stonden. Er zijn foto’s gemaakt, met behulp van een stenograaf werd alles genoteerd en achteraf gecheckt op waarheid. Zoals ik al eerder zei: lees deze boeken en oordeel dan. Misschien wordt je leven leuker als je een meer open blik hebt naar dingen die je niet kunt zien.

Net als direct voice. Een stem van de overleden persoon die dingen vertelt die alleen jij en de overledene weten? Hoe verklaar je dat?

Verklaar dan ook waarom een medium mij dingen vertelt over mijn overleden familieleden die ik niet weet en bij navragen blijken te kloppen. Hoe kan dat? In Engeland werken de mediums met bewijzen, harde bewijzen over de persoon die is overleden en vaak bewijzen die de ontvanger na moet vragen en die dus niet uit de aura gehaald worden. Ik ben erg benieuwd wat voor verklaring je daarvoor hebt!

Mijn antwoord:

Beste Anneke,

Het is nog maar de vraag of de meerderheid van mensen geloofde dat de aarde plat was; volgens onderzoek blijkt dat zeker in Europa algemeen werd aangenomen dat de aarde rond was. Het feit dat het nu zeker is dat de aarde rond is komt door bewijs geleverd aan de hand van empirische bewijzen en is dus een “prestatie” van de wetenschap.

Je gebruikt de term “bekrompen wetenschap”. Het is mij niet duidelijk wat je bedoelt met “bekrompen”. Volgens mijn invulling van bekrompen is JUIST de wetenschap absoluut niet bekrompen; de wetenschap staat open voor alle theorieën en onbewezen veronderstellingen en gaat vervolgens aan de slag om bewijs te vinden.

Een groot misverstand aangaande James Randi is dat hij zelf testen afneemt. Niets is minder waar. Testen worden opgesteld en afgenomen door onafhankelijke wetenschappers. Wel bekijkt James Randi van te voren de test om te zien of hij niet fraudegevoelig is. Het is moeilijk voor wetenschappers in te schatten in hoeverre er gefraudeerd kan worden bij een test. Het illusionisme en het mentalisme (mentale goochelkunst) heeft in de loop van de jaren zoveel manieren gevonden om kritische waarnemers te misleiden dat alleen een expert in de goochelkunst zo’n test kan beoordelen op fraudegevoeligheid. Ik heb zelf ook jarenlang intensief de goochelkunst en het mentalisme beoefend en het aantal kritische mensen (onder andere enkele natuurkundigen) dat ik heb kunnen wijsmaken dat ik over paranormale gaven beschik is in de loop van de jaren exponentieel toegenomen. Ik heb dus uit de eerste hand kunnen ervaren hoe makkelijk het is om mensen te misleiden. Als je meer wilt lezen over mentalisme kan ik je aanraden om “Thirteen Steps to Mentalism” van Corinda te lezen, ik weet bijna zeker dat je verbaasd zult zijn over wat je allemaal niet kunt “faken”.

Er zijn ook mediums en mensen met paranormale gaven die echt denken dat ze die hebben, vaak ook onder aanmoediging van hun omgeving (“self-deception”). Dit zijn de mensen die zich laten testen door James Randi in de hoop een miljoen dollar te verdienen; bij die testen blijkt dan dat ze helemaal geen gaven hebben en dat is vooral voor henzelf een pijnlijke en vernederende ervaring. Een medium dat de boel bij elkaar verzint zal zich natuurlijk nooit laten testen en mijn theorie is dat iedereen die een dubbelblindtest weigert van zichzelf weet dat hij een oplichter is!

Als reactie op alle voorbeelden van paranormale fenomenen die je beschrijft kan ik maar één ding zeggen: ik heb er geen verklaring voor! Echter hoe kan ik zeker weten dat wat jij hebt meegemaakt ook echt gebeurd is en als het wel echt gebeurd is hoe kan ik dan zeker weten dat het verhaal wat jij erover vertelt ook echt accuraat is; het kan best zijn dat je de fraude over het hoofd hebt gezien of dat je zo graag wilde dat het echt was dat je jezelf voor de gek hebt gehouden (een combinatie van “self-deception” en “wishful thinking”). Om maar weer terug te komen bij de paarse mammoeten*: als ik je zou vertellen dat één van de onzichtbare paarse mammoeten vandaag bij mij thuis is geweest op de koffie en me in vertrouwen heeft verteld dat alle mediums oplichters zijn hoe verklaar JIJ dan dat die paarse mammoet bij mij door de voordeur paste? Het lijkt misschien flauw maar het illustreert wel heel duidelijk het punt wat ik probeer te maken: de ervaringen en belevingen van één persoon of zelfs meerdere personen zegt niets over de werkelijkheid. Om de werkelijkheid vast te stellen moet er een fraude-ongevoelige test worden opgesteld waarin aan de hand van het vinden van empirische of overtuigende statistische bewijzen een fenomeen wordt vastgesteld op echtheid. Geloof me, zodra in een dergelijke test een paranormaal fenomeen wordt bevestigd zal ik de eerste zijn om te zeggen dat ik het al die tijd mis heb gehad. Vooralsnog blijf ik bij het principe van de “bewijslast”: iets bestaat NIET totdat feitelijk bewezen wordt dat het wel bestaat!

LOGATES

* voor meer over de paarse mammoeten (een variatie op “The Flying Spaghettimonster “(FSM)) zie het artikel “Bewijslast, feiten en holle frases

Index van alle artikelen

Comments (8)

Bewijslast, feiten en holle frases

De laatste tijd krijg ik steeds meer reacties op de artikelen in dit blog, vaak van gelijkgestemden maar soms ook van mensen die het absoluut niet met me eens zijn. Een discussie ga ik natuurlijk nooit uit de weg, maar ik heb gemerkt dat deze discussies vaak op niets uitlopen; meestal omdat mijn tegenpartij zich niet bepaald aan de “regels” houdt van het discussiëren.

Vanzelfsprekend zijn er geen officiële regels voor het voeren van een discussie in het dagelijks leven, maar bij het voeren van een officiëel debat (bijvoorbeeld in een debat-wedstrijd) bestaan er wel spelregels. Die regels zijn er niet om de sprekers te beperken in hun expressie, maar juist om er voor te zorgen dat er kernachtig wordt gedebatteerd met goede argumenten. Als die regels zouden worden toegepast in dagelijkse discussies zou dat zonder twijfel de discussies ten goede komen. Het toepassen ervan voorkomt persoonlijke en beledigende aanvallen, zorgt ervoor dat er zoveel mogelijk “to-the-point” wordt gesproken en misschien wel het belangrijkste gevolg: het bevordert de algehele communicatie tussen de gesprekspartners.

In dit artikel wil ik enkele struikelblokken die ik regelmatig tegenkom in discussies aan de orde stellen:

Bewijslast

In een discussie over het bestaan van bijvoorbeeld hogere machten is het belangrijk de bewijslast in de gaten te houden. Het is namelijk aan de persoon die zonder meer in een fenomeen gelooft de taak het bestaan ervan te bewijzen. Het is dus niet de taak van de ander om te bewijzen dat iets NIET bestaat. Het einde zou zoek zijn als we alles maar voor waar aannemen totdat iemand bewijst dat het niet waar is. Ik kan de hele dag wel dingen verzinnen waarvan niet bewezen kan worden dat het niet bestaat/niet waar is. Probeer maar eens te bewijzen dat er niet elke dag onzichtbare paarse mammoeten om 12:00 uur ‘s-middags op de Dam in Amsterdam lopen (en ik ben natuurlijk de enige die ze kan zien). Het argument “…je kan niet zeker weten dat god niet bestaat omdat je dat niet kan bewijzen…” is dus niet steekhoudend. De regel omtrent bewijslast is nu eenmaal: iets bestaat NIET totdat bewezen is dat het wel bestaat (of beter gezegd: een claim wordt voor “niet waar” gehouden totdat het tegendeel bewezen is)! Kortom: God bestaat niet in de realiteit van onze wereld (een realiteit die wordt gestaafd aan de hand van empirische bewijzen; over empirische bewijzen later meer). Als je ervoor kiest om er toch in te geloven omdat je DENKT dat God wel bestaat is dat een keuze. Een discussie over het bestaan van god is dus feitelijk onzinnig te noemen, de discussie over de reden(en) om in God te geloven is veel zinniger!

De definitie van een “feit”

Al te vaak wordt er gesproken over zaken als zijnde een feit, terwijl ze geen feit zijn. “Taal” is ons meest gebruikte communicatie middel, maar is ironisch genoeg vaak niet de beste manier om bepaalde punten goed naar voren te brengen (denk bijvoorbeeld aan de uitdrukking “een foto zegt meer dan duizend woorden”). Om misverstanden te voorkomen is het belangrijk dat discussie partners het eens zijn over de definitie van bepaalde woorden. Woordenboeken zijn vaak de enige redding als je het niet eens kan worden over de betekenis van een woord. Maar wat als beide partijen veronderstellen dat de ander dezelfde definitie van een bepaald woord hanteert terwijl dit niet het geval is? Dan ontstaat er hoogst waarschijnlijk een discussie waarbij er langs elkaar heen gepraat wordt. Het woord “feit” is nu precies zo’n woord waar vaak misverstanden over bestaan. De definitie die ik vond bij het opzoeken ervan luidt: “Een feit is een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijk vaststaat, ofwel zintuiglijk kan worden waargenomen hetzij instrumenteel gemeten“. Het vetgedrukte gedeelte is een directe verwijzing naar empirische bewijzen. Hoe ongelooflijk ongevoelig of kleingeestig het ook mag klinken: “mediums met echte gaven bestaan niet” is dus vooralsnog volgens bovenstaande definitie een FEIT. “God bestaat niet” is ook een feit. Let wel: dit is niet mijn mening, maar gewoon het juiste gebruik van het woord feit. Het is dus onmogelijk je achter zogenoemde “feiten” te verschuilen als je mediums met echte gaven verdedigt! De discussie zou in het laatste geval dus eigenlijk weer moeten gaan over de redenen om in mediums te geloven (zo’n discussie heeft in ieder geval meer zin!).

Misbruik van statistiek

Er zijn verschillende manieren om statistiek te misbruiken (bijvoorbeeld door het aandragen van statistische bevindingen die niet gepubliceerd zijn), maar een zeer specifieke vorm van misbruik waar ik vaak tegenaan loop is het gebruiken van een statistische meerderheid van meningen/overtuigingen omtrent een bepaald onderwerp om de validiteit van het onderwerp zèlf aan te tonen. Het schermen met argumenten die gebaseerd zijn op dat specifieke misbruik is niet zinnig in een discussie. Een voorbeeld: “…het merendeel van de mensheid gelooft in God, wil jij zeggen dat die het allemaal mis hebben?…”. Een argument waarmee iemand probeert het bestaan van god te bewijzen aan de hand van de overtuiging van een meerderheid van mensen. Een drogredenering en (gelukkig) makkelijk te pareren met bijvoorbeeld de volgende vergelijking “…een paar eeuwen geleden dacht de meerderheid van de mensheid dat de aarde het middelpunt was van ons zonnestelsel…”. Oftewel: de overtuiging van een grote groep mensen is geen bewijs voor de “waarheidsfactor” van die overtuiging.

Ad-hominem (het gebruik maken van persoonlijke aanvallen)

Veel mensen maken in discussies helaas gebruik van persoonlijke aanvallen op hun discussie partner; veelal wanneer ze merken dat de argumenten waarmee ze zelf komen niet sterk genoeg zijn. Bij een persoonlijke aanval (ook wel “ad- hominem” genoemd) probeert de één de ander te overtuigen van zijn gelijk door bijvoorbeeld het karakter van de ander aan de kaak te stellen: “…het is wel erg kortzichtig van je om te denken dat er geen mensen zijn die met geesten kunnen praten…”. Hoewel deze opmerking verband lijkt te houden met het onderwerp “bestaan er mediums met echte gaven” staat nu ineens ter sprake of het niet geloven in mediums wel of niet kortzichtig is, een compleet andere discussie dus! Nog een populaire manier is iemands leeftijd/(levens)ervaring ter sprake stellen: “…je bent nog zo jong, ik spreek je wel als je wat ouder bent…” waarmee wordt geïmpliceerd dat de mening van een persoon afhankelijk is van zijn leeftijd. Hoewel dit in sommige gevallen wel het geval kan zijn is natuurlijk op geen enkele manier vast te stellen welke mening bij welke leeftijd hoort!! Dit argument hoort dus niet thuis in een eerlijke discussie. Nog een laatste voorbeeld: “…er valt niet te praten met iemand die altijd zo snel oordeelt…”. Ik weet niet precies wat mensen die dit zeggen bedoelen met “snel oordelen” maar als je oordeel gebaseerd is op empirisch bewijs of, vaker nog, het ontbreken ervan sta je geheel in je recht. Empirisch bewijs is bewijs dat zintuigelijk is waargenomen al dan niet met behulp van instrumenten en kan worden getoetst door verschillende mensen (die allemaal met dezelfde resultaten naar buiten komen). Het is de enige methode die we kennen om iets wetenschappelijk te bewijzen. Een “oordeel” gebaseerd op empirische bewijzen is dus niet zozeer een “mening” als wel een feitelijke aanname! Ik probeer overigens in dit blog nooit een oordeel over iets te vellen als ik niet eerst mijn mening heb beargumenteerd, het tegenovergestelde van een “snel oordeel” lijkt me zo!

Het gebruik van “holle frases” als argument

“Holle frases” zijn statements zonder feitelijke inhoud die als waarheden worden verkondigd. De bekendste is natuurlijk “…er is meer tussen hemel en aarde…”. Er valt moeilijk te discussiëren met mensen die de gewoonte hebben vaak holle frases te hanteren, aangezien zij de statements als feitelijke waarheden beschouwen. Nog een voorbeeld van een holle frase die ik laatst naar mijn hoofd geslingerd kreeg: “…zonder spiritualiteit kan je niet gelukkig worden, de wereld is niet zo zwart wit…”. Voor degene die deze frase hanteerde waarschijnlijk een compleet logische statement, maar voor mij betekent het absoluut niets. “Spiritualiteit” en “zwart wit” zijn in dit geval veel te abstracte begrippen zonder duidelijke afgebakende betekenis!

Er is toch wel een (groeiend) aantal mensen die het vervelend vindt om met mij te discussiëren en als ik bovenstaande zo lees kan ik me dat ook goed voorstellen! Zelf probeer ik me in ieder geval wel te houden aan de “spelregels” om de discussies eerlijk te houden alhoewel ik me ook wel eens schuldig heb gemaakt aan het gebruik van retorische trucjes om mijn discussie partner te overtroeven!

Als ik nog één observatie mag maken: hoewel veel mensen mij als respectloos zien ten opzichte van bovenaardse zaken (daar reken ik ook religie onder) valt het mij op dat ze vaak in discussies geen respect hebben voor mijn standpunt en daar zit een groot verschil met mijn denkwijze. Ik heb wel respect voor hun mening echter vaak niet voor het onderwerp van de mening. Ter verduidelijking een voorbeeld: ik heb respect voor mensen die geloven in de christelijke god en ook voor hun overtuiging daarin, maar ik heb geen respect voor de religie op zich. Andersom merk ik vaak dat zij juist geen respect hebben voor mijn standpunt en soms ook niet voor mij als persoon vanwege mijn standpunt, wat zich bijvoorbeeld uit in boze reacties als ik zeg dat feitelijk god niet bestaat; als ik zelf ook zo zou denken zou ik boos moeten reageren als zij beweren dat god wèl bestaat en dat zou ik natuurlijk nooit doen!!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (13)

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag