Posts Tagged religie

Geloven is een doel op zichzelf

Vaste bezoekers van dit blog hebben inmiddels het principe van bewijslast wel begrepen: een claim kan voor niet waar worden gehouden totdat anders bewezen. Het is dan ook onbegonnen werk – vaak zelfs onmogelijk – en bovendien geheel irrelevant om het bewijs te leveren dat een bizarre claim zou ontkrachten. Sceptici vragen zich vaak af waarom gelovigen het principe van bewijslast in de wind slaan. Ik denk dat de reden hiervoor als volgt kan worden omschreven:

Geloven is niet het middel maar het doel.

Het geloven van de claim is de belangrijkste bezigheid en dat zich dat voor de buitenwacht uit in het beoefenen van activiteiten die voortvloeien uit dat geloof is slechts bijzaak. Geloven in mediums is impliciet het geloven in een leven na dit leven, geloven in telekinese impliciet het geloven in een wellicht nog onaangetast talent waarover men beschikt en geloven in God is het geloven in een ontsnapping aan de kwellingen van dit aardse bestaan door een zalig eeuwig leven in de hemel.

Het bijwonen van medium-sessies, het lezen en filosoferen over telekinese en naar de kerk gaan en bidden zijn slechts zaken waar men zich aan overgeeft om het geloof kracht bij te zetten. Om die reden ook zijn veel gelovigen niet geïnteresseerd in testen en al helemaal niet in uitkomsten: als die namelijk uitwijzen dat het geloof op niets gebaseerd is wordt er veel meer weggenomen dan alleen de nevenactiviteiten; in principe wordt er een belangrijk deel van het zielenleven, van hoop en van de persoonlijke invulling van de zin van het leven weggenomen: het geloof in iets groters dan jezelf. Daar willen veel gelovigen die hun leven hebben ingericht rondom dat geloof gewoonweg niet aan. Vandaar ook vaak de verhalen van “ex-gelovigen” over de moed die nodig was om de stap te nemen naar “niet-geloven”.

Sceptici rest dus ook niets anders dan gelovigen te wijzen op onlogische en vaak absurde zaken die met hun specifieke geloof samenhangen, dat is vele malen effectiever dan testen en onderzoeken. Ik heb zelf ervaren dat het wijzen op die absurditeiten veel meer teweeg brengt dan het aandragen van negatieve testresultaten. Laat ik bij de drie voorbeelden blijven in dit artikel (geloof in mediums, telekinese en de abrahamistische god) en laten zien op welke absurditeiten bijvoorbeeld gewezen zou kunnen worden.

Mediums:

Het is mij een compleet raadsel waarom er door geesten nooit mededelingen worden gedaan over wat er precies gebeurt na de dood. Zij kunnen ons immers vertellen wat er waar is van religie en welke religie het wellicht bij het juiste eind heeft. Met zulke informatie (en bewijzen – geef gedetailleerde informatie over wereldleiders of laat een medium de VN toespreken) kan oorlogen worden voorkomen. Als de geest zich bekommert om vrienden en familie en zeker als die zich in een (potentieel) oorlogsgebied bevinden lijkt me dat een logische prioriteit. Juist omdat dit nooit lijkt te gebeuren (geesten komen alleen met triviale informatie op de proppen) kan je je afvragen of mediums echt wel met geesten communiceren.

Telekinese:

Als telekinese (voorwerpen bewegen met je gedachten) werkelijk zou bestaan dan was dat al lang wereldnieuws geweest. Telekinese is dermate makkelijk te testen en te demonstreren dat er zonder twijfel zou kunnen worden vastgesteld dat iemand over een telekinetische gave beschikt. Juist omdat er tot nu toe geen bekende ” telekinist” is ontdekt – ondanks decennia parapsycholisch onderzoek – is de kans dat telekinese bestaat erg klein en wordt dat met elk jaar steeds kleiner. Ik schat zelfs in dat de kans dat het binnen afzienbare tijd ontdekt en bevestigd wordt nu zelfs zo goed als verwaarloosbaar is.

Geloof in God

Het is absurd om te moeten geloven dat de mens na ongeveer honderduizend jaar op aarde rondzwerven met een levensverwachting van misschien twintig, met vreselijke ziektes, kindersterfte, roofdieren, stamoorlogen en natuurrampen er pas vierduizend jaar geleden – na 96000 jaar het lijden op afstand bekijken – er eindelijk een boodschap komt van de schepper van dit alles. Een boodschap die wordt verkondigd in de bronstijd in Palestina en er alleen al duizend jaar overdoet om China te bereiken. Dit idee is op zich al zo absurd dat het – in mijn ogen – lachwekkend is, maar bedenk dat het het minste is dat je dient te geloven als je het joodse, christelijke of islamitische geloof wilt belijden.

Het wijzen op dit soort onlogische en soms bizarre zaken zet meestal tot denken aan en leidt veel vaker tot nieuwe inzichten dan wetenschappelijke verhandelingen en test-uitslagen. Bovendien is de gespreksstof veel interessanter en uitdagender als men discussiëert over onlogische absurditeiten die zonder uitzondering samen gaan met een geloof in het bovennatuurlijke!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (81)

Geloven en een monopolie op de waarheid

Er wordt mij vaak gevraagd waarom ik het nodig acht mensen te overtuigen van mijn standpunten. “Laat mensen toch lekker geloven wat ze willen” blijkt een terugkerend thema in reacties op dit blog. Velen zijn ervan overtuigd dat ik dit blog schrijf puur om mijn gelijk te halen. Welnu, als dat de werkelijke motivatie achter dit blog zou zijn zou ik het mezelf een stuk gemakkelijker kunnen maken door al te kritische reacties te verwijderen en het ip-adres van de schrijver te blokkeren; laat mij de lezer op het hart drukken dat ik nooit en te nimmer berichten zal verwijderen of censureren mits ze niet racistisch van aard zijn en interpunctie bevatten.

De werkelijke reden is een heel andere: ik ben van mening dat het geloof in het bovennatuurlijke de mensheid meer kwaad dan goed heeft gedaan; ik denk niet dat het nodig is te wijzen op het vele leed en onrecht dat is en wordt veroorzaakt met een bepaalde bovennatuurlijke overtuiging hoog in het vaandel.

De schadelijke gevolgen van “geloven” zijn nu eenmaal onontkoombaar: wanneer mensen gehersenspoeld worden of zichzelf hersenspoelen met de overtuiging dat hun bovennatuurlijke geloof de waarheid is, is het logisch dat ze menen in hun recht te staan als ze niet-gelovers op het “rechte pad”, hun pad, willen brengen; als het niet goedschiks gaat dan desnoods kwaadschiks. Deze houding is te vangen onder de noemer “een monopolie op de waarheid (denken te) hebben”.

Of je nu een gematigde gelovige bent of een fundamentalist, als je werkelijk gelooft in een onbewijsbaar fenomeen of verhaal kan het niet anders dan dat je denkt dat mensen die het niet geloven op een bepaalde manier minderwaardig zijn: je hebt een waarheid ontdekt die de ongelovige niet wil erkennen, hij is “verloren”, weet niet beter, ontdekt nog wel dat hij het mis heeft… Je kan nog proberen hem te “redden”, te onderwijzen, te helpen. En als dat allemaal niet lukt concludeer je dat je te maken hebt met een star, kortzichtig, ongevoelige persoon; “een robot-mens” las ik een reactie: iemand die het niet meer waardig is een mens genoemd te worden.

Bovenstaande denkwijze is inherent aan geloven en hoezeer een gelovige het misschien zal ontkennen, op het moment dat je hem vertelt dat je niet in zijn bovennatuurlijke fenomeen gelooft gaat hij ervan uit dat jij ongelijk hebt. Hij verwerpt in principe alle geloofs-vormen die tegenstrijdig zijn aan zijn eigen geloof, meestal zonder logische redenen. Ik kan niet anders dan concluderen dat deze houding een zeer arrogante is; een monopolie op de waarheid denken te hebben is denk ik sowieso een uiterst arrogante positie.

Sceptici en atheïsten/anti-theïsten wordt nu juist vaak arrogantie verweten, in mijn ogen echter geheel onterecht. Zij beweren nu juist geen monopolie op de waarheid te hebben en behandelen alle informatie die ze in hun leven krijgen op precies dezelfde wijze, geheel objectief: ze ontdoen de informatie van uitspraken zonder feitelijke inhoud (holle frases), passen principes als bewijslast en Occam’s Razor toe en stellen zich vervolgens open voor het eventuele bewijs dat hun gepresenteerd wordt. Als het (empirisch) bewijs er niet komt kan hij niet anders dan de desbetreffende informatie verwerken op exact dezelfde manier waarop hij alle andere onbewezen informatie heeft verwerkt en het vooralsnog niet aannemen als de waarheid. Mocht het bewijs er ooit wel komen dan zal een eerlijk scepticus (en daar reken ik mezelf ook onder) zijn houding en visie bijstellen.

Dit staat in scherp contrast met de wijze waarop gelovigen informatie verwerken: als de inhoud goed aansluit bij hun eigen bovennatuurlijke denkbeelden wordt het zonder meer aangenomen voor waar; als de inhoud hen echter niet aanstaat wordt het gelijk verworpen, vaak vergezeld van ad-hominems en waarde-oordelen als “onzin”, “ketterij”, en “kortzichtigheid”.

Veel gelovigen schermen in discussies op dit blog ook vaak met termen als “open staan voor” en “respect hebben voor”. Open staan voor ideeën die lijnrecht staan op je eigen levensbeschouwing is een bijna onmogelijk opgave en ik ben eerlijk gezegd nog niemand tegengekomen die daar aan voldeed. “Respect hebben voor” is een frase die met name misbruikt wordt door religieuze gelovigen zonder bewust te zijn van de begrensdheid van een term als “respect”. Het is onredelijk om als religieuze persoon van een niet-aanhanger van jouw specifieke denkbeelden te eisen dat hij zich overgeeft aan de regels en taboes van jouw geloof, dat is een respectloze eis waarin er geen rekening wordt gehouden met de denkbeelden van een ander. Een voorbeeld zal het verduidelijken:

Als ik me als ongelovige in een moskee zou bevinden zou ik me vanzelfsprekend houden aan de regels die daar gelden uit respect voor de omgeving waarin ik me bevind en de mensen die me omringen. Als ik echter zou besluiten in de privacy van mijn eigen huis een spotprent te tekenen van de profeet Mohammed en het te publiceren op dit blog staat me dat geheel vrij: ik hoef niet te buigen voor regels en taboes die niet op mij van toepassing zijn en wettelijk zijn toegestaan in het publieke domein. Dit concept schijnt moeilijk te bevatten te zijn voor gelovigen en dat is ergens wel logisch: ze denken immers een monopolie op de waarheid te hebben en aan de regels van die waarheid mag niet getoornd worden, zeker niet door minderwaardige mensen die die waarheid niet erkennen!

Een dergelijk voorbeeld kan ook doorgevoerd worden naar gelovigen die een paranormaal fenomeen aanhangen of accepteren zonder sluitend bewijs. Als ik met degelijke kennis van mentalistische technieken  meen een medium te betrappen op het gebruiken van trucs kan ik niet anders dan concluderen dat hij/zij hoogstwaarschijnlijk de boel oplicht en dus een “oplichter” is. Dat is geen gebrek aan respect mijnerzijds maar een conclusie gebaseerd op observaties. Als ik een show van een medium zou bijwonen zou ik die conclusie niet hardop uitspreken, uit respect voor anderen die zijn gekomen om een leuke of spirituele avond te beleven. Op mijn blog geldt een dergelijk taboe vanzelfsprekend niet en kan ik schrijven wat ik wil (zolang het binnen de grenzen van de grondwet blijft); wellicht ben je het niet eens met het geschrevene: ik kan in die situatie je alleen maar aanmoedigen mij dit te laten  weten in een reactie met liefst goede onderbouwde argumenten. Kom echter niet aan met het respect-verhaal, ik zie in de meeste gevallen de relevantie er namelijk niet van in.

Ik ben vaak bij mezelf te rade gegaan of ik ergens een monopolie op de waarheid denk te hebben en ik heb gelukkig nog niets van een dergelijke houding kunnen ontdekken. Mijn werkelijkheid en waarheden kunnen elke dag bijgesteld worden; zolang ik consequent blijf in mijn methodes van onderzoeken en verwerken van mij gepresenteerde nieuwe informatie is er altijd de mogelijkheid voor verandering van mijn standpunten. Ik denk dat de discussie op dit blog een stuk interessanter zouden worden als het reagerende lezers zou lukken hun eventuele monopolies op de waarheid volledig los te laten, al was het maar voor de duur van de discussie!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (21)

God zegene atheïsme!

Geloven (in een god) en logisch redeneren staan vaak haaks op elkaar. Veel discussies tussen gelovigen en logische denkers op dit blog en elders maken dit op soms pijnlijke wijze duidelijk. Het is niet moeilijk hieruit de conclusie te trekken dat in de meeste gevallen mensen die geloven niet dezelfde mensen zijn als de mensen die prefereren logisch te redeneren.

Het valt mij op dat de logisch redenerenden vaak de meer eloquente en diepere denkers zijn, vanzelfsprekend uitzonderingen daargelaten. Dit lijkt op het eerste gezicht misschien direct verband te houden met het intellect maar dat is mijns inziens misleidend, ik denk dat het eerder te maken heeft met de ontwikkeling van het intellect: logisch redeneren vraagt om onderbouwing van argumenten, het inschatten van oorzaak en logisch gevolg en een kritische blik op andermans en eigen denkbeelden; geloven vraagt in principe niet om diep nadenken: er wordt een onbewijsbare situatie geschetst die je maar dient aan te nemen voor waar. Geloven stimuleert dus in tegenstelling tot logisch redeneren niet direct het ontwikkelen van het intellect, kritisch nadenken wordt juist eerder ontmoedigd. Helder formuleren is daarom ook vaak voorbehouden aan logisch denkende academici; gelovigen beperken zich in discussies meestal tot het citeren van bijbelverzen. Op internetforums en Youtube staan talloze voorbeelden van dergelijke zinloze discussies.

Je kan als gelovige natuurlijk wel diep nadenken, maar dan niet zozeer over de correctheid van de materie zelf als wel over de betekenis die de materie heeft op een sociale structuur of op jou als persoon. Theologen zijn de diepe denkers in de religies. Ik ontken zeker niet de moeilijkheidsgraad van een studie als theologie maar ik heb wel moeite met het feit dat het een aparte studie is die wordt onderwezen op universiteiten. Ik moet bij theologie altijd denken aan een gefingeerde dialoog die ik hoorde in een Youtube-filmpje:

believer: I don’t think god would approve of what you’re doing there!

atheïst: Hey, you just made that up didn’t you?

believer: No, that’s theology!

De enige academische waarde die ik zelf aan het bestuderen van religie kan verbinden is de historische betekenis die het heeft. Astrologie (horoscopen) heeft echter ook een historische betekenis, maar dat zal natuurlijk nooit onderwezen worden op universiteitsniveau en terecht. Ik ben van mening dat het bestuderen van religie een onderdeel zou moeten zijn van andere studies zoals “geschiedenis” of “sociale antropologie” ter kennisgeving, meer niet.

Het is voor mij onbegrijpelijk als een academicus beweert in god te geloven. Academici moeten in staat zijn logisch te redeneren en dat valt volgens mij niet te combineren met het geloven in een pratende slang (christendom) of een pratende mier (islam) om maar wat te noemen. Als je ervoor kiest niet te geloven in een pratende slang maar wel in andere verhalen uit de bijbel ben je bezig om het “woord van god” te “editen” en ben je in mijn ogen eigenlijk ook een atheïst (zie Het opstellen van eigen regels voor je geloof is impliciet atheïsme voor meer uitleg hierover).

Ik probeer op dit blog mijn meningen altijd voorzichtig naar voren te brengen om te voorkomen andersdenkenden te beledigen, ook al slaag ik daar – gezien sommige reacties – niet altijd in. Ik heb echter bewondering voor een aantal prominente atheïsten die ervoor kiezen zich niet zo subtiel uit te drukken. Zij schrijven en zeggen dingen die ik zo zou willen overnemen, gewoonweg om het feit dat ze wat mij betreft vaak precies de spijker op de kop slaan. Het lijkt me dan ook niet meer dan logisch dat ik dit artikel besluit met een aantal links naar sites en Youtube-filmpjes van mijn favoriete atheïsten:

Richard Dawkins, auteur van The God Delusion. Op Youtube zijn veel filmpjes met en over deze man te vinden. Dit is een goede om mee te beginnen: BBC Hard Talk interview deel I, deel II en deel III.

Christopher Hitchens, auteur van God is Not Great. Wederom een hele lading aan filmpjes op Youtube. De meest interessante zijn ook het langst zoals dit filmpje: Hitchens @ Google; zoek je een kort filmpje: interview met Hitchens.

George Carlin, een briljant komiek. Deze monoloog over religie is een klassieker: Carlin on Religion

Penn & Teller, vooraanstaande illusionisten en atheïsten. Penn & Teller hebben een zeer populaire en amusante serie op de Ameikaanse zender HBO genaamd bullshit waarin ze allerlei bizarre en ongelooflijke fenomenen in onze maatschappij bespreken.  Hun aflevering over de bijbel is zeer degelijk: The Bible is bullshit.

Bill Maher, een komiek en talkshowhost die absoluut geen blad voor de mond neemt. Hij heeft in zijn talkshow vaak discussies over religie. Een goed filmpje om mee te beginnen: Maher compilatie. En hier is een interview met Bill Maher waarin hij ook een paar goede punten maakt over religie en politiek in Amerika: The gospel according to Maher.

Lewis Black, een excentrieke komiek met een unieke stijl van komedie. Een leuk filmpje: Lewis Black explains religion.

Pat Condell, een Britste komiek met briljant monologen over religie:

Monoloog deel I

Monoloog deel II

Monoloog deel III

Bekijk zijn Youtube channel voor veel meer monologen: Pat Condell’s Youtube channel.

Het is wellicht ijdele hoop, maar het zou mooi zijn als enkele religieuze twijfelaars middels dit artikel en de Youtube-filmpjes waarnaar ik verwijs ervoor zouden kiezen het pad te bewandelen richting atheïsme. Het is een prachtig pad met boeiende artikelen, kritisch onderzoek, welbespraakte intellectuelen, grappige komieken en de bevrijding van het verplichte schuldgevoel dat religie met zich meebrengt!

LOGATES

* Dit filmpje wil ik de lezer ook niet onthouden, een tip van blogbezoeker en schrijver van een respectabel aantal reacties Ger: Kissing Hank’s Ass over de absurditeit van het “concept” religie!

Index van alle artikelen

Comments (46)

Het gevolg van geloven in het onbewijsbare en het verschil met de denkwijze van sceptici

Scepticus lijkt soms bijna wel een scheldwoord. De karakterisering lijkt van toepassing op koude, kortzichtige mensen zonder verbeeldingskracht. Echter, sceptici zelf weten dat dat niet waar is; zij staan juist open voor onbewezen theorieën, stellingen en veronderstellingen. Als ze er ook maar iets in zien, gaan ze aan de slag om bewijs te vinden. Als dan keer op keer blijkt bij het testen van paranormale fenomenen dat het geloof daarin op niks berust zit er niets anders op dan de conclusie te trekken dat het hoogstwaarschijnlijk (en met elke gefaalde test steeds waarschijnlijker) flauwekul is.

Stel hier tegenover mensen die ervoor hebben gekozen om in iets onbewijsbaars te geloven zoals een god, paranormale fenomenen, astrologie, homeopathie, acupunctuur en wichelroedelopen (zoeken naar voorwerpen en mensen met bijvoorbeeld een pendulum, in het Engels “dowsing”) om maar een paar voorbeelden te geven. Veelal staan zij juist niet open voor de mogelijkheid dat die zaken niet echt zijn. Een vreemde houding voor mensen die van zichzelf beweren zo ruim van geest te zijn; klaarblijkelijk staan zij niet open voor wetenschappen als statistiek, natuurkunde en empirisch onderzoek. Ik durf aldus te stellen dat de sceptici de mensen zijn met de ruime blik.

Ik begrijp de houding van “gelovigen” (bij gebrek aan een beter woord) wel. Het is volkomen menselijk om niet te kunnen toegeven dat je je hele leven lang geloofd hebt in iets dat niet bestaat: je voelt je er dom door en vooral ook bedrogen en dat zijn gevoelens die we allemaal willen vermijden. Om die reden ook wordt er bij elke test een reden gezocht door de gelovigen om het falen van het paranormale fenomeen te verklaren. Die redenen zijn soms nog zweveriger en ongeloofwaardiger dan de fenomenen zelf. Enkele voorbeelden:

– Nog nooit heeft een dowser in een gecontroleerde test ook maar iets bewezen of zoals een onderzoeker ooit zei: één dowser heeft nog nimmer hetzelfde object twee keer gevonden en twee dowsers hebben nog nimmer het zelfde object één keer gevonden (objecten verstopt door de onderzoekers in een afgesloten omgeving). Dowsers hebben hier altijd een verklaring voor: radiogolven, magnetische velden of andere verstoringen in de magische aardstralingen waarmee ze contact moeten maken om goed te kunnen dowsen. Vreemd genoeg hebben ze hier alleen last van als ze getest worden!

– In een grootschalige homeopathie test uitgevoerd door de Royal Society in London in samenwerking met vooraanstaande homeopaten (waaronder de homeopaat van de koninklijke familie) bleek dat homeopathische medicijnen geen enkele werking hebben (behalve het placebo-effect). Niet vreemd als je bedenkt dat een homeopatisch geneesmiddel alleen water of alcohol bevat; slechts de verpakkingen en de namen van de verschillende “medicijnen” zijn anders. Na afloop riepen homeopaten over de hele wereld dat bij de test slechte homeopaten betrokken waren (??!!). Maar goed, wat moesten ze anders? Hun praktijk opzeggen en een ander vak leren? Ik begrijp heel goed dat ze daar geen zin in hebben en er dus voor kiezen om zichzelf en hun patiënten voor de gek te houden: het is gewoon een kwestie van geld, miljarden wel te verstaan!!

– De resultaten van een recent beëindigde astrologische test met 2000 “tijd-tweelingen” (mensen die op dezelfde dag en het zelfde tijdstip geboren zijn) wezen uit dat er geen noemenswaardige overeenkomsten waren tussen de levens, karakters, banen, relaties en andere astrologische peilers van de “tijd-tweelingen”. Deze resultaten zijn onmogelijk volgens fundamentalitische astrologische principes. Veel astrologen beweren nu dat de onderzoekers (Dr. Geoffrey Dean en Prof. Ivan Kelly) erop uit waren te bewijzen dat astrologie onzin is en dus actief hebben gezocht naar die bewijzen. Die bewering gaat helaas (voor astrologen) niet op: de onderzoekers (waaronder een niet meer werkzame professionele astroloog) hebben juist geprobeerd astrologische beweringen als waar te bewijzen aangezien het vrijwel onmogelijk is een negatief aan te tonen. Daarmee komen we weer terug bij het principe van bewijslast**: het is bij onderzoek altijd het doel te bewijzen dat iets wel bestaat; bewijzen dat iets niet bestaat is onbegonnen werk en meestal irrelevant.

– Als een medium faalt voor een test luidt de verklaring van het medium zelf altijd: er was te veel negativiteit om contact te kunnen maken met de geestenwereld. Het is misschien een flauwe vergelijking, maar dat klinkt verdacht veel naar de geestelijk gestoorde patiënt in een inrichting die beweert dat zijn kanarie kan praten maar dit blijkbaar alleen maar doet als er niemand anders bij is. Een flauwe verklaring vraagt ook om een flauwe vergelijking.

Een andere verklaring is: “…het geteste medium is niet echt, hij/zij is wel een bedrieger…”. Deze verklaring wordt altijd gegeven door andere mediums. Dat is natuurlijk lachwekkend, de pot verwijt de ketel dat hij zwart is! Is het niet opvallend dat alleen de ongeteste mediums echt en goed zijn?

Zolang er boeken blijven verschijnen over het paranormale, zolang er paranormale beurzen worden georganiseerd en zolang er mensen naar voren komen die zeggen over paranormale gaven te beschikken zullen er mensen zijn die er in geloven of er in gaan geloven. Wetenschappelijke testen waarin steeds weer wordt bewezen dat de fenomenen niet echt zijn halen niets uit: mensen blijven geloven en dat is misschien wel het grootste paranormale fenomeen! *

LOGATES

Index van alle artikelen

* De laatste zin is puur ten bate van de rethoriek. De verklaring voor het blijven geloven van mensen heb ik al gegeven in dit artikel: voor de beoefenaars van het paranormale is het een geld- of prestigekwestie (aandacht en bewondering) en voor de cliënten is het te moeilijk om toe te geven dat ze zichzelf jarenlang voor de gek hebben gehouden!

** Voor een uitgebreidere discussie aangaande “bewijslast” zie “…Bewijslast, feiten en holle frasen…”

Comments (26)

Een pleidooi vóór religieus fundamentalisme en de onoverbrugbare kloof met democratie

Veel mensen die van zichzelf beweren andere levensovertuigen te respecteren, iedereen in zijn waarde te laten en over het algemeen redelijk te zijn hebben toch geen goed woord over voor religieus fundamentalisme. Ook onder een grote groep gematigde gelovigen bestaat er geen begrip voor fundamentalisten. Een begrijpelijk standpunt, maar voor mensen die zichzelf echt als religieus beschouwen een onlogisch standpunt.

Een stelling: Religeuze fundamentalisten zijn volgens de regels van een bepaald geloof betere volgelingen van de desbetreffende god dan gematigde gelovigen.

Hoe absurd de stelling op het eerste gezicht ook mag klinken, hij is met behulp van de logica niet moeilijk te beargumenteren. Als gelovige behoor je te geloven dat ethische waarden en leefregels zijn opgesteld door god; meestal heeft god die waarden en regels via een profeet aan de mensheid medegedeeld. De mens is door god geschapen en de mens legt zodoende in praktisch elk geloof verantwoording af bij god aan het eind van zijn leven. Welke regels de mens ook verzint, ze zijn altijd ondergeschikt aan de regels van de schepper. Dat is een logisch gevolg van elke hiërarchische structuur: de wensen van degene die verantwoording aflegt (de mens) zijn ondergeschikt aan de wensen van degene die verantwoording afneemt (god), elke andere constructie zou de machtsverhoudingen binnen die structuur ernstig verstoren en voor enorm veel verwarring zorgen en uiteindelijk leiden tot anarchie.

Fundamentalisten leven bij dit principe en geven zodoende altijd voorrang aan goddelijke regels; het is dan ook niet moeilijk te concluderen dat zij dus eigenlijk de trouwste volgelingen zijn van hun schepper. Als je het als gelovige niet zo nauw neemt met de hiërarchische structuur van je gekozen religie en alleen soms de regels volgt, bijvoorbeeld als het jezelf uitkomt of als het niet in strijd is met de grondwet, dan ben je logischerwijs gezien een minder goede volgeling; om niet te zeggen een slechte volgeling van god, ook wel een gematigde gelovige genoemd (dat klinkt wat vriendelijker).

Ik begrijp dat deze conclusie voor veel gematigde gelovigen niet te verkroppen is en ze zullen dit in alle toonaarden ontkennen. Let wel dat ik op deze conclusie ben gekomen via een logische redenering, als je het er niet mee eens ben zou ik je willen oproepen om aan te tonen waar de redenering spaak loopt zonder gebruik te maken van holle frases en verzen uit heilige boeken. Dit blog staat in het teken van logisch redeneren en er bestaan te veel tegenstrijdige verzen om daar in de logica gebruik van te maken.

Het is óók niet moeilijk te beredeneren waarom het juist religieuze fundamentalisten zijn die steeds weer stof doen opwaaien met politiek incorrecte publieke uitspraken en gewelddadige acties ten opzichte van anderslevenden- en gelovenden. Er wordt geregeld in de media getwijfeld aan de opvattingen en gedragingen van fundamentalisten en dat kunnen ze natuurlijk niet over hun kant laten gaan: zij worden bekritiseerd door in hun ogen ongelovige verdorven mensen die met hun levensstijl aantonen totaal geen respect te hebben voor god en die op geen enkele wijze in de gratie van hun god staan. Ik denk dat ieder logisch denkend mens daarop felle reacties mag verwachten. Misschien is een vergelijking op zijn plaats, een vergelijking die de beweegredenen van fundamentalisten wat dichter bij brengt.

Stel je een overleden persoon voor van wie je zielsveel hield, het kan je voormalige partner zijn of een familielid. Laten we voor dit artikel aannemen dat de geliefde persoon je vader was. Je hield zielsveel van hem, je had je leven voor hem willen geven. Op een dag word je je bewust van een groep mensen die beweren dat je vader een reïncarnatie was van Hitler. Alsof dat niet erg genoeg is beweren ze ook dat hij in zijn nieuwe gedaante nog steeds kwaadaardige bedoelingen had, zijn charmante en aardige uitstraling was slechts een vermomming, hij was een bedrieger! Zijn nazaten zijn al niet veel beter, vergiftigd met kwaadaardig bloed. Je kan met geen mogelijkheid bewijzen dat dat niet zo is, het enige wat je hebt zijn je eigen ervaringen met je vader en vooral ook een dagboek van je moeder met positive verhalen over hem maar daar hecht die groep helemaal geen waarde aan, sterker nog, ze beweren dat het verzonnen is; je neemt die verhalen allemaal veel te letterlijk. Deze verachtelijke groep mensen verziekt je leven en ze spreken dagelijks kwaad over je vader, over jou en je familie op televisie, in de krant, in tijdschriften op de radio en ga zo maar door. Gelukkig sta je niet alleen, je hebt wat medestanders; mensen die je vader nog gekend hebben of die uit loyaliteit naar jou toe je steunen in je harde strijd tegen de groep van leugenaars, het is een kwestie van eer, familie-eer.

Ik hoop dat je je hebt kunnen inleven in bovenstaande alinea. Als dat zo is ben je waarschijnlijk niet geschrokken van de woorden “harde strijd” in de laatste zin. Het was een compleet logisch gevolg van het gevoel van woede dat in je leeft. Is het dan nog zo moeilijk om je voor te stellen dat fundamentalistische christenen, die zielsveel van Jezus houden, een bloedhekel hebben aan joden? Joden zeggen immers dat Jezus een bedrieger was. Is het dan nog zo moeilijk om je voor te stellen dat fundamentalistische moslims, die zielsveel van Mohammed houden, een bloedhekel hebben aan christenen? Christenen ontkennen zelfs het bestaan en daarmee de wijsheid van hun grootste profeet Mohammed! Is het dan nog zo moeilijk om je voor te stellen dat fundamentalisten ook voelen een “harde strijd” te moeten voeren?!

Misschien vraag je je af met welke reden ik de fundamentalistische levensvisie verdedig, maar dat doe ik niet. Ik heb juist geprobeerd aan te tonen dat fundamentalisme op geen enkele manier te rijmen is met het principe van democratie. In een democratie zijn de regels van een heilig boek ondergeschikt aan de regels van de grondwet, regels bedacht door mensen. Persoonlijk zou ik het niet anders willen maar het is onredelijk om te verwachten dat ook fundamentalisten met dat principe kunnen instemmen, het zou hen dwingen zichzelf als gematigde gelovige te zien en dat, hebben we reeds geconcludeerd, is in hun ogen een grove zonde. In een democratie is iedereen vrij te geloven wat hij wil, maar misschien moeten we daar toch nog een voorwaarde aan toevoegen: “In een democratie is iedereen vrij te geloven wat hij wil, mits hij/zij niet door uitspraken en acties te kennen geeft niet te kunnen instemmen met democratische principes” (zoals scheiding van kerk en staat).

Ik ben bang dat ik na bovenstaand relaas maar op één conclusie kan uitkomen: in een democratie is geen plaats voor (openlijk) religieus fundamentalisme. Dat betekent dat er ook maar één oplossing mogelijk is: fundamentalisten moeten zich voor hun eigen veiligheid en voor de veiligstelling van de democratie buiten Nederland vestigen in een land waar religieus fundamentalisme de norm is. Als je vindt dat de conclusie wel erg dichtbij het gedachtegoed van Geert Wilders komt kan ik je geen ongelijk geven, maar bedenk wel dat ik tot mijn conclusie ben gekomen middels logische redeneringen en niet met holle frases en kwetsende populistische propaganda!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (4)

Een hypothetisch vraagstuk

Mij wordt vaak verweten niet open te staan voor overtuigingen, ideeën en denkbeelden van anderen. Het ligt er natuurlijk aan wat die denkbeelden precies zijn; als ze goed aansluiten bij mijn eigen denkbeelden sta ik er vanzelfsprekend open voor. Voor veel (paranormale/ religieuze) denkbeelden sta ik inderdaad niet open, dat wil zeggen: ik vind die denkbeelden vaak naïef en soms zelf ronduit belachelijk maar ik zal ze nooit dood zwijgen en ik wil er graag over praten.

Een stelling: Mensen die zeggen open te staan voor de overtuigingen van anderen staan alleen open voor ideeën die aansluiten bij hun eigen overtuigingen.

Zodra ze in de overtuiging van anderen iets vinden wat haaks staat op hun eigen overtuigingen staan ze er niet meer open voor; soms weigeren ze dan nog te praten over die andere overtuigingen, soms weigeren ze zelfs nog te spreken met mensen die die andere overtuigingen aanhangen.

Vaak ook komt het “open staan” voor andere overtuigingen voort uit het niet genoeg afweten van de andere overtuiging of het ervoor kiezen iets te negeren in de overtuiging van de ander. Een goed voorbeeld is de tolerantie die christelijke mensen zeggen te hebben voor de islam en het jodendom en vice versa. Ik zie niet goed in hoe dat mogelijk is. “…we aanbidden allemaal dezelfde god, we noemen hem alleen anders…” zei iemand ooit tegen mij, een wijdverbreid misverstand met wel meer aanhangers. Deze mensen hebben er klaarblijkelijk bewust of onbewust voor gekozen om enkele complete tegenstrijdigheden die tot de kern van de overtuigingen behoren te negeren! Hoe kan iemand die gelooft dat Jezus de zoon van de christelijke god is tolerantie hebben voor een geloof dat zegt dat Jezus een bedrieger was (jodendom) of dat Jezus slechts een profeet was en niet eens de belangrijkste (islam)? Dat lijken me drie compleet verschillende religies die niets met elkaar te maken hebben en ik zie niet in hoe deze drie wereldgodsdiensten elkaar kunnen tolereren; dit lijkt me stof voor een paar fikse oorlogen. Die zijn er natuurlijk ook (geweest) en daar verliezen alle partijen bij. Daarom hebben veel mensen waarschijnlijk besloten de andere godsdiensten gewoon te negeren en dat te maskeren door het “tolereren” te noemen. Een verstandige beslissing maar het draagt niet bij tot de geloofwaardigheid van de religies in kwestie. Je kan jezelf als christen een religieus persoon vinden maar bedenk wel dat in de ogen van elke andere godsdienst je net zo’n heiden bent als elke atheïst!

Uit bovenstaande zou je kunnen concluderen dat het volkomen arbitrair is een bepaald geloof aan te hangen. Er zijn letterlijk duizenden verschillende godsdiensten en varianten en de meeste staan in complete tegenspraak met elkaar. De uitspraak “…het merendeel van de mensheid gelooft in god…” is dus niet steekhoudend, juister zou zijn “…het merendeel van de mensheid gelooft in een god…”. Welke god dat precies is ligt aan je omgeving en de tijdsgeest. Bijna vierduizend jaar hebben miljoenen mensen geloofd in Zeus, Apollo, Hera en de rest van de Griekse goden; een overtuiging die dus twee keer zo lang een belangrijke godsdienst is geweest als het christendom, maar als nu iemand zou zeggen nog in Zeus te geloven denk ik dat de meeste mensen hem voor gek zouden verklaren.

Er wordt geregeld gerefereerd door religies aan de hoeveelheid aanhangers die ze hebben. Vaak zijn dat indrukwekkende cijfers, echter zonder enige betekenis aangaande de waarheid van de desbetreffende religies. In Nederland is er ook een grote bevolkingsgroep die gelooft in Sinterklaas: kinderen. De enige reden dat ze stoppen met geloven is dat hun ouders (of vrienden) hun vertellen dat Sinterklaas niet bestaat. Omgekeerd is dat ook precies de reden waarom veel mensen wel in een god geloven: hun ouders hebben ze nooit verteld dat god niet bestaat. Ik zie zelf trouwens meer reden om in Sinterklaas te geloven dan in een god: ik zie elk jaar een hoop zwarte pieten in Nederland, op televisie komt de goedheiligman op zijn stoomboot aan en als zelfs mijn supermarkt er aandacht aan besteedt moet hij haast wel echt zijn!

Mij wordt als atheïst door religieuze mensen vaak hypothetische vragen gesteld omtrent de “hel” zoals “…wat als god toch bestaat en je gaat naar de hel…”. Dat zijn wat mij betreft onzinnige vragen daar ze allemaal varianten zijn op “Pascal’s Wager”, een eeuwenoude vraag waar atheïsten al eeuwenlang hetzelfde antwoord op geven “…als er een god bestaat, wie zegt dan dat jouw god de god is die de beslissing maakt of je naar de hel gaat, de kans is zeer groot dat je de verkeerde god aanbidt en dat wordt waarschijnlijk zwaarder bestraft dan geen god aanbidden…”) Ik heb zelf ook een hypothetische vraag voor alle gelovige mensen (ook mensen die in mediums en geesten geloven) die zeggen open te staan voor de paranormale denkbeelden van anderen:

Wat zou je doen als een gelovige kennis van je zegt dat volgens zijn eigen overtuiging jouw overtuiging de verkeerde is? (Ervan uitgaand dat die kennis een andere overtuiging heeft dan jij). Bijvoorbeeld:

– Een christen zegt tegen iemand die in mediums gelooft “…mijn priester zei me dat mediums  bedriegers zijn…”

– Een moslim zegt tegen een christen “…volgens mijn imam gaan alle christenen naar de hel…”

Zou je dan nog steeds open staan voor de denkbeelden van de ander? Of zou je hem voor gek verklaren? Of zou je hem geloven? Ik kan jullie in ieder geval vertellen dat gisteren op de Dam in Amsterdam een paarse mammoet* me heeft verzekerd dat Sinterklaas in ieder geval wél bestaat!

LOGATES

* voor meer over de paarse mammoet zie het artikel “Bewijslast, feiten en holle frases

Index van alle artikelen

Comments (109)

Bewijslast, feiten en holle frases

De laatste tijd krijg ik steeds meer reacties op de artikelen in dit blog, vaak van gelijkgestemden maar soms ook van mensen die het absoluut niet met me eens zijn. Een discussie ga ik natuurlijk nooit uit de weg, maar ik heb gemerkt dat deze discussies vaak op niets uitlopen; meestal omdat mijn tegenpartij zich niet bepaald aan de “regels” houdt van het discussiëren.

Vanzelfsprekend zijn er geen officiële regels voor het voeren van een discussie in het dagelijks leven, maar bij het voeren van een officiëel debat (bijvoorbeeld in een debat-wedstrijd) bestaan er wel spelregels. Die regels zijn er niet om de sprekers te beperken in hun expressie, maar juist om er voor te zorgen dat er kernachtig wordt gedebatteerd met goede argumenten. Als die regels zouden worden toegepast in dagelijkse discussies zou dat zonder twijfel de discussies ten goede komen. Het toepassen ervan voorkomt persoonlijke en beledigende aanvallen, zorgt ervoor dat er zoveel mogelijk “to-the-point” wordt gesproken en misschien wel het belangrijkste gevolg: het bevordert de algehele communicatie tussen de gesprekspartners.

In dit artikel wil ik enkele struikelblokken die ik regelmatig tegenkom in discussies aan de orde stellen:

Bewijslast

In een discussie over het bestaan van bijvoorbeeld hogere machten is het belangrijk de bewijslast in de gaten te houden. Het is namelijk aan de persoon die zonder meer in een fenomeen gelooft de taak het bestaan ervan te bewijzen. Het is dus niet de taak van de ander om te bewijzen dat iets NIET bestaat. Het einde zou zoek zijn als we alles maar voor waar aannemen totdat iemand bewijst dat het niet waar is. Ik kan de hele dag wel dingen verzinnen waarvan niet bewezen kan worden dat het niet bestaat/niet waar is. Probeer maar eens te bewijzen dat er niet elke dag onzichtbare paarse mammoeten om 12:00 uur ‘s-middags op de Dam in Amsterdam lopen (en ik ben natuurlijk de enige die ze kan zien). Het argument “…je kan niet zeker weten dat god niet bestaat omdat je dat niet kan bewijzen…” is dus niet steekhoudend. De regel omtrent bewijslast is nu eenmaal: iets bestaat NIET totdat bewezen is dat het wel bestaat (of beter gezegd: een claim wordt voor “niet waar” gehouden totdat het tegendeel bewezen is)! Kortom: God bestaat niet in de realiteit van onze wereld (een realiteit die wordt gestaafd aan de hand van empirische bewijzen; over empirische bewijzen later meer). Als je ervoor kiest om er toch in te geloven omdat je DENKT dat God wel bestaat is dat een keuze. Een discussie over het bestaan van god is dus feitelijk onzinnig te noemen, de discussie over de reden(en) om in God te geloven is veel zinniger!

De definitie van een “feit”

Al te vaak wordt er gesproken over zaken als zijnde een feit, terwijl ze geen feit zijn. “Taal” is ons meest gebruikte communicatie middel, maar is ironisch genoeg vaak niet de beste manier om bepaalde punten goed naar voren te brengen (denk bijvoorbeeld aan de uitdrukking “een foto zegt meer dan duizend woorden”). Om misverstanden te voorkomen is het belangrijk dat discussie partners het eens zijn over de definitie van bepaalde woorden. Woordenboeken zijn vaak de enige redding als je het niet eens kan worden over de betekenis van een woord. Maar wat als beide partijen veronderstellen dat de ander dezelfde definitie van een bepaald woord hanteert terwijl dit niet het geval is? Dan ontstaat er hoogst waarschijnlijk een discussie waarbij er langs elkaar heen gepraat wordt. Het woord “feit” is nu precies zo’n woord waar vaak misverstanden over bestaan. De definitie die ik vond bij het opzoeken ervan luidt: “Een feit is een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijk vaststaat, ofwel zintuiglijk kan worden waargenomen hetzij instrumenteel gemeten“. Het vetgedrukte gedeelte is een directe verwijzing naar empirische bewijzen. Hoe ongelooflijk ongevoelig of kleingeestig het ook mag klinken: “mediums met echte gaven bestaan niet” is dus vooralsnog volgens bovenstaande definitie een FEIT. “God bestaat niet” is ook een feit. Let wel: dit is niet mijn mening, maar gewoon het juiste gebruik van het woord feit. Het is dus onmogelijk je achter zogenoemde “feiten” te verschuilen als je mediums met echte gaven verdedigt! De discussie zou in het laatste geval dus eigenlijk weer moeten gaan over de redenen om in mediums te geloven (zo’n discussie heeft in ieder geval meer zin!).

Misbruik van statistiek

Er zijn verschillende manieren om statistiek te misbruiken (bijvoorbeeld door het aandragen van statistische bevindingen die niet gepubliceerd zijn), maar een zeer specifieke vorm van misbruik waar ik vaak tegenaan loop is het gebruiken van een statistische meerderheid van meningen/overtuigingen omtrent een bepaald onderwerp om de validiteit van het onderwerp zèlf aan te tonen. Het schermen met argumenten die gebaseerd zijn op dat specifieke misbruik is niet zinnig in een discussie. Een voorbeeld: “…het merendeel van de mensheid gelooft in God, wil jij zeggen dat die het allemaal mis hebben?…”. Een argument waarmee iemand probeert het bestaan van god te bewijzen aan de hand van de overtuiging van een meerderheid van mensen. Een drogredenering en (gelukkig) makkelijk te pareren met bijvoorbeeld de volgende vergelijking “…een paar eeuwen geleden dacht de meerderheid van de mensheid dat de aarde het middelpunt was van ons zonnestelsel…”. Oftewel: de overtuiging van een grote groep mensen is geen bewijs voor de “waarheidsfactor” van die overtuiging.

Ad-hominem (het gebruik maken van persoonlijke aanvallen)

Veel mensen maken in discussies helaas gebruik van persoonlijke aanvallen op hun discussie partner; veelal wanneer ze merken dat de argumenten waarmee ze zelf komen niet sterk genoeg zijn. Bij een persoonlijke aanval (ook wel “ad- hominem” genoemd) probeert de één de ander te overtuigen van zijn gelijk door bijvoorbeeld het karakter van de ander aan de kaak te stellen: “…het is wel erg kortzichtig van je om te denken dat er geen mensen zijn die met geesten kunnen praten…”. Hoewel deze opmerking verband lijkt te houden met het onderwerp “bestaan er mediums met echte gaven” staat nu ineens ter sprake of het niet geloven in mediums wel of niet kortzichtig is, een compleet andere discussie dus! Nog een populaire manier is iemands leeftijd/(levens)ervaring ter sprake stellen: “…je bent nog zo jong, ik spreek je wel als je wat ouder bent…” waarmee wordt geïmpliceerd dat de mening van een persoon afhankelijk is van zijn leeftijd. Hoewel dit in sommige gevallen wel het geval kan zijn is natuurlijk op geen enkele manier vast te stellen welke mening bij welke leeftijd hoort!! Dit argument hoort dus niet thuis in een eerlijke discussie. Nog een laatste voorbeeld: “…er valt niet te praten met iemand die altijd zo snel oordeelt…”. Ik weet niet precies wat mensen die dit zeggen bedoelen met “snel oordelen” maar als je oordeel gebaseerd is op empirisch bewijs of, vaker nog, het ontbreken ervan sta je geheel in je recht. Empirisch bewijs is bewijs dat zintuigelijk is waargenomen al dan niet met behulp van instrumenten en kan worden getoetst door verschillende mensen (die allemaal met dezelfde resultaten naar buiten komen). Het is de enige methode die we kennen om iets wetenschappelijk te bewijzen. Een “oordeel” gebaseerd op empirische bewijzen is dus niet zozeer een “mening” als wel een feitelijke aanname! Ik probeer overigens in dit blog nooit een oordeel over iets te vellen als ik niet eerst mijn mening heb beargumenteerd, het tegenovergestelde van een “snel oordeel” lijkt me zo!

Het gebruik van “holle frases” als argument

“Holle frases” zijn statements zonder feitelijke inhoud die als waarheden worden verkondigd. De bekendste is natuurlijk “…er is meer tussen hemel en aarde…”. Er valt moeilijk te discussiëren met mensen die de gewoonte hebben vaak holle frases te hanteren, aangezien zij de statements als feitelijke waarheden beschouwen. Nog een voorbeeld van een holle frase die ik laatst naar mijn hoofd geslingerd kreeg: “…zonder spiritualiteit kan je niet gelukkig worden, de wereld is niet zo zwart wit…”. Voor degene die deze frase hanteerde waarschijnlijk een compleet logische statement, maar voor mij betekent het absoluut niets. “Spiritualiteit” en “zwart wit” zijn in dit geval veel te abstracte begrippen zonder duidelijke afgebakende betekenis!

Er is toch wel een (groeiend) aantal mensen die het vervelend vindt om met mij te discussiëren en als ik bovenstaande zo lees kan ik me dat ook goed voorstellen! Zelf probeer ik me in ieder geval wel te houden aan de “spelregels” om de discussies eerlijk te houden alhoewel ik me ook wel eens schuldig heb gemaakt aan het gebruik van retorische trucjes om mijn discussie partner te overtroeven!

Als ik nog één observatie mag maken: hoewel veel mensen mij als respectloos zien ten opzichte van bovenaardse zaken (daar reken ik ook religie onder) valt het mij op dat ze vaak in discussies geen respect hebben voor mijn standpunt en daar zit een groot verschil met mijn denkwijze. Ik heb wel respect voor hun mening echter vaak niet voor het onderwerp van de mening. Ter verduidelijking een voorbeeld: ik heb respect voor mensen die geloven in de christelijke god en ook voor hun overtuiging daarin, maar ik heb geen respect voor de religie op zich. Andersom merk ik vaak dat zij juist geen respect hebben voor mijn standpunt en soms ook niet voor mij als persoon vanwege mijn standpunt, wat zich bijvoorbeeld uit in boze reacties als ik zeg dat feitelijk god niet bestaat; als ik zelf ook zo zou denken zou ik boos moeten reageren als zij beweren dat god wèl bestaat en dat zou ik natuurlijk nooit doen!!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (13)

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag