Vaste bezoekers van dit blog hebben inmiddels het principe van bewijslast wel begrepen: een claim kan voor niet waar worden gehouden totdat anders bewezen. Het is dan ook onbegonnen werk – vaak zelfs onmogelijk – en bovendien geheel irrelevant om het bewijs te leveren dat een bizarre claim zou ontkrachten. Sceptici vragen zich vaak af waarom gelovigen het principe van bewijslast in de wind slaan. Ik denk dat de reden hiervoor als volgt kan worden omschreven:
Geloven is niet het middel maar het doel.
Het geloven van de claim is de belangrijkste bezigheid en dat zich dat voor de buitenwacht uit in het beoefenen van activiteiten die voortvloeien uit dat geloof is slechts bijzaak. Geloven in mediums is impliciet het geloven in een leven na dit leven, geloven in telekinese impliciet het geloven in een wellicht nog onaangetast talent waarover men beschikt en geloven in God is het geloven in een ontsnapping aan de kwellingen van dit aardse bestaan door een zalig eeuwig leven in de hemel.
Het bijwonen van medium-sessies, het lezen en filosoferen over telekinese en naar de kerk gaan en bidden zijn slechts zaken waar men zich aan overgeeft om het geloof kracht bij te zetten. Om die reden ook zijn veel gelovigen niet geïnteresseerd in testen en al helemaal niet in uitkomsten: als die namelijk uitwijzen dat het geloof op niets gebaseerd is wordt er veel meer weggenomen dan alleen de nevenactiviteiten; in principe wordt er een belangrijk deel van het zielenleven, van hoop en van de persoonlijke invulling van de zin van het leven weggenomen: het geloof in iets groters dan jezelf. Daar willen veel gelovigen die hun leven hebben ingericht rondom dat geloof gewoonweg niet aan. Vandaar ook vaak de verhalen van “ex-gelovigen” over de moed die nodig was om de stap te nemen naar “niet-geloven”.
Sceptici rest dus ook niets anders dan gelovigen te wijzen op onlogische en vaak absurde zaken die met hun specifieke geloof samenhangen, dat is vele malen effectiever dan testen en onderzoeken. Ik heb zelf ervaren dat het wijzen op die absurditeiten veel meer teweeg brengt dan het aandragen van negatieve testresultaten. Laat ik bij de drie voorbeelden blijven in dit artikel (geloof in mediums, telekinese en de abrahamistische god) en laten zien op welke absurditeiten bijvoorbeeld gewezen zou kunnen worden.
Mediums:
Het is mij een compleet raadsel waarom er door geesten nooit mededelingen worden gedaan over wat er precies gebeurt na de dood. Zij kunnen ons immers vertellen wat er waar is van religie en welke religie het wellicht bij het juiste eind heeft. Met zulke informatie (en bewijzen – geef gedetailleerde informatie over wereldleiders of laat een medium de VN toespreken) kan oorlogen worden voorkomen. Als de geest zich bekommert om vrienden en familie en zeker als die zich in een (potentieel) oorlogsgebied bevinden lijkt me dat een logische prioriteit. Juist omdat dit nooit lijkt te gebeuren (geesten komen alleen met triviale informatie op de proppen) kan je je afvragen of mediums echt wel met geesten communiceren.
Telekinese:
Als telekinese (voorwerpen bewegen met je gedachten) werkelijk zou bestaan dan was dat al lang wereldnieuws geweest. Telekinese is dermate makkelijk te testen en te demonstreren dat er zonder twijfel zou kunnen worden vastgesteld dat iemand over een telekinetische gave beschikt. Juist omdat er tot nu toe geen bekende ” telekinist” is ontdekt – ondanks decennia parapsycholisch onderzoek – is de kans dat telekinese bestaat erg klein en wordt dat met elk jaar steeds kleiner. Ik schat zelfs in dat de kans dat het binnen afzienbare tijd ontdekt en bevestigd wordt nu zelfs zo goed als verwaarloosbaar is.
Geloof in God
Het is absurd om te moeten geloven dat de mens na ongeveer honderduizend jaar op aarde rondzwerven met een levensverwachting van misschien twintig, met vreselijke ziektes, kindersterfte, roofdieren, stamoorlogen en natuurrampen er pas vierduizend jaar geleden – na 96000 jaar het lijden op afstand bekijken – er eindelijk een boodschap komt van de schepper van dit alles. Een boodschap die wordt verkondigd in de bronstijd in Palestina en er alleen al duizend jaar overdoet om China te bereiken. Dit idee is op zich al zo absurd dat het – in mijn ogen – lachwekkend is, maar bedenk dat het het minste is dat je dient te geloven als je het joodse, christelijke of islamitische geloof wilt belijden.
Het wijzen op dit soort onlogische en soms bizarre zaken zet meestal tot denken aan en leidt veel vaker tot nieuwe inzichten dan wetenschappelijke verhandelingen en test-uitslagen. Bovendien is de gespreksstof veel interessanter en uitdagender als men discussiëert over onlogische absurditeiten die zonder uitzondering samen gaan met een geloof in het bovennatuurlijke!
LOGATES