Posts Tagged sceptici

Lachen als een theoloog met kiespijn

Wekelijks groeit op internet het aantal verwijzingen naar artikelen op dit blog. Vaak gaat het om links in discussies op forums, soms ook in artikelen op andere blogs. Meestal gaat de verwijzing vergezeld van positief commentaar maar het artikel geschreven door de – immer naar zichzelf in de derde persoon refererende – Lachende Theoloog (DLT) helaas niet. Ondanks mijn vermoeden dat de artikelen op dat blog slechts gelezen worden door een handjevol andere theologen en intellectuelen die de artikelen kunnen volgen, lijkt het me toch wel aardig het artikel hier nog eens te herpubliceren (blauw en schuin gedrukt), vanzelfsprekend met mijn commentaar erbij (normaal gedrukt).

Laat ik beginnen met de observatie – en mening – dat de artikelen op DLT van uitzonderlijk hoge kwaliteit zijn. Sterker nog: mijn eigen intellect is vaak niet toereikend om de artikelen volledig te begrijpen maar wellicht verwar ik hier “intellect” met “interesse”. Zijn artikel over mijn blog (handig vermomd als een artikel over de zin en onzin van drogredeneringen) is – alhoewel vermakelijk om te lezen – helaas van minder hoge kwaliteit:

Niets ergert mij, de zure theoloog, zozeer als websites waarop je drogredenen aantreft: op de man spelen, de stropop, ach, het hele arsenaal staat op zulke websites altijd parmantig en keurig uitgestald.

Er bestaan eigenlijk geen bruikbare spelregels voor de wijsbegeerte. Wel voor het politieke debat (en daar zijn de drogredenen voor ontwikkeld). Ze zijn echter niet bedoeld om gebruikt te worden in een wijsgerige discussie: een wijsgerige discussie is niet aan regels gebonden. Wie een goede inval heeft, een origineel argument, waarbij men wijst op een bepaald verband dat tot nu toe over het hoofd werd gezien, die plaatst een debat in een geheel ander licht. Geprefabriceerde redeneervormen horen hier niet thuis.

DLT heeft groot gelijk: in een wijsgerige of filosofische discussie heeft het aanhalen van drogredeneringen geen zin. Dat is ook precies de reden dat ik absoluut geen interesse heb om op mijn blog filosofische discussies te voeren. Er zijn verschillende lezers die me daar vaak toe uitdagen maar ik laat me daar niet in meeslepen: filosoferen, mijmeren en hopen vinden op dit blog geen gehoor.

Soms is het gebruik van drogredenen zelf een drogreden: iemand die, zonder verdere uitleg, je er van beschuldigt dat je een stroman aanvalt, maakt zich zelf schuldig aan een drogreden: het noemen van een drogreden of het aanwijzen van een drogreden wordt beschouwd als een argument op zich. -Als je iemand wijst op een drogreden, dan heb je echter de plicht om te laten zien dat er inderdaad sprake is van een drogreden.

In de praktijk gebeurt dat zelden: men zegt ‘Dit is een stroman-redenering!’, en daar blijft het bij. Dit is een dooddoener, want iedereen kan dit zeggen; zodra je in een debat geen uitweg ziet, hoef je maar op te merken: ‘U valt een stropop aan!’ en je komt er mee weg.

Ik denk dat het moeilijk is om een voorbeeld te vinden op dit blog waarin ik iemand beschuldig van het aanvoeren van een drogreden zonder uit te leggen waarom. Misschien dat DLT mij een voorbeeld kan laten zien?

Zijn drogredenen altijd fout? Welnee. Op de man spelen is soms erg verstandig. Als je weet dat iemand vaak leugentjes vertelt, dan is het niet onjuist om te denken: Johan heeft het gezegd, dan zal het wel niet waar zijn. Of er sprake is van een drogreden hangt van de situatie af. Daarom moet degene die beweert dat er sprake is van een drogreden, als het even kan, duidelijk maken dat er inderdaad sprake is van een drogreden. Anders is het noemen van een drogreden net zo dwaas als de opmerking van de grootmeester die het volgende advies gaf aan een aantal amateurs: de zet PF3 is altijd goed!

Op de man spelen (ad-hominem) zal soms best verstandig zijn, ik kies er echter voor op mijn blog dat niet te doen. Ik zie geen enkele reden om dit veranderen!

Kortom, het gebruik van drogredenen is vaak zelf een drogreden; tenzij toegepast door iemand die snapt wat de bedoeling is van drogredenen: het is een leidraad voor het verstand, geen wet van meden en perzen.

Daar ben ik het mee eens!

Op Logates, de Blog ter bevordering van het Logisch Redeneren, wordt het volgende principe verdedigd:
“Vaste bezoekers van dit blog hebben inmiddels het principe van bewijslast wel begrepen: een claim kan voor niet waar worden gehouden totdat anders bewezen. Het is dan ook onbegonnen werk – vaak zelfs onmogelijk – en bovendien geheel irrelevant om het bewijs te leveren dat een bizarre claim zou ontkrachten.” Ook deze regel wordt geponeerd met een aplomb alsof we hier te maken hebben met een natuurwet.

Het woordje “ook” in de laatste zin doet vermoeden dat DLT al vanaf de eerste alinea bezig is om mijn blog aan te vallen. Als DLT zou claimen dat dat niet het geval is wil ik graag weten waar het gebruik van het woord “ook” in die zin dan wel op slaat.

Wie wijs is, vraagt zich onmiddellijk af of dit principe wel bruikbaar is.

Deze zin is een “piggy-backing-suggestion” en komt regelrecht uit het handboek van autoriteits-strategieën/overtuigingstechnieken en daar trapt Logates niet in (vindt iemand het irritant dat ik naar mezelf verwijs in de derde persoon?). DLT lijkt hier één uitspraak te doen maar koppelt twee uitspraken aan elkaar (“Je bent wijs” en “vraag je af of dit principe bruikbaar is”) en wekt zo de suggestie dat het één onlosmakelijk met het ander verbonden is. Vergelijk: als u waar voor u geld wil koop dan ons “abtronic system”; goede verkooptechniek, slechte en vooral onware redenering! Voor meer over “piggy-backing”: Leap-of-faith-redeneringen elders op dit blog.

Is het inderdaad zo dat een uitspraak voor niet waar moet worden gehouden tenzij men deze uitspraak kan bewijzen? De uitspraak ‘Bijna alle mensen willen zo lang mogelijk leven’ is volgens dit principe onwaar: je kunt namelijk niet bewijzen dat bijna alle mensen zo lang mogelijk willen leven. Immers, gedurende je leven kun je geen deugdelijke meting verrichten: de leden van toekomstige generaties bestaan nog niet, de leden van vorige generaties zijn al dood. Toch zal niemand zeggen dat deze uitspraak onwaar is.

Ik denk dat voor eenieder die wat tijd spendeert op mijn blog wel duidelijk is dat ik met “claim” doel op paranormale/bovennatuurlijke claims. Ik spreek over “bizarre claims” , DLT maakt hier “uitspraak” van en komt daarna met een flauw voorbeeld om het te weerleggen! “Bizarre claim” en (willekeurige) “uitspraak”, zoek de honderd verschillen!

Kortom, dit parmantig geformuleerde principe is soms van toepassing en soms niet. Als je het wilt toepassen, zul je er bij moeten zeggen waarom je denkt dat dit principe in een specifiek geval van toepassing is. Logates heeft gelukkig geen last van bedenkingen: hij hanteert dit principe als een eeuwige natuurwet.

In het geval van het paranormale/bovennatuurlijke hanteer ik het principe van “bewijslast” inderdaad als “eeuwige natuurwet”, parmantig geformuleerd of niet.

Ik vraag me dan ook ernstig af of Logates er in geslaagd is om iemand aan het denken te zetten. Zijn manier van redeneren is ook weinig indrukwekkend.

Ik durf te beweren dat mensen zeker aan het denken gezet worden; al was het alleen maar om een artikel te schrijven om mijn redeneringen onderuit te halen. Misschien ook aardig om het aantal “reagerende” lezers op dit blog en op het blog van DLT eens naast elkaar te zetten…

Het geloof in God wordt door Logates als volgt ‘weerlegd’:

“Het is absurd om te moeten geloven dat de mens na ongeveer honderduizend jaar op aarde rondzwerven met een levensverwachting van misschien twintig, met vreselijke ziektes, kindersterfte, roofdieren, stamoorlogen en natuurrampen er pas vierduizend jaar geleden – na 96000 jaar het lijden op afstand bekijken – er eindelijk een boodschap komt van de schepper van dit alles. Een boodschap die wordt verkondigd in de bronstijd in Palestina en er alleen al duizend jaar overdoet om China te bereiken. Dit idee is op zich al zo absurd dat het – in mijn ogen – lachwekkend is, maar bedenk dat het het minste is dat je dient te geloven als je het joodse, christelijke of islamitische geloof wilt belijden.”

De merkwaardige ‘volzinnen’ heb ik er niet kunstmatig in verwerkt, die heeft Logates zelf gegenereerd. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat de bovenstaande redenering niet deugt: het gaat hier overduidelijk om een stropop die wordt aangevallen door een stropop, en dat is, welbeschouwd, een vorm van op de stroman spelen… Onze Logates, die zegt het redeneren te willen bevorderen, laat hier iedere vorm van redeneren achterwege en komt tot niet veel meer dan het formuleren van een particuliere mening: hij vindt het christendom ‘lachwekkend’. Zeker. En de Zure Theoloog vindt groene automobielen niet mooi.

DLT heeft gelijk dat mijn eerste zin in de quote die hij gebruikt nogal krom is; mijn excuses daarvoor al denk ik dat de inhoud van de zin wel te begrijpen is. Het is duidelijk dat DLT de bedoeling van het artikel waaruit deze “weerlegging” komt niet heeft begrepen. Ik probeer hier helemaal geen “geloof in God” te weerleggen. In de vierde alinea van het artikel leg ik volgens mij heel duidelijk uit waar het om draait:

“…Sceptici rest dus ook niets anders dan gelovigen te wijzen op onlogische en vaak absurde zaken die met hun specifieke geloof samenhangen, dat is vele malen effectiever dan testen en onderzoeken. Ik heb zelf ervaren dat het wijzen op die absurditeiten veel meer teweeg brengt dan het aandragen van negatieve testresultaten. Laat ik bij de drie voorbeelden blijven in dit artikel (geloof in mediums, telekinese en de abrahamistische god) en laten zien op welke absurditeiten bijvoorbeeld gewezen zou kunnen worden…”

Ik wijs slechts op absurditeiten die met het geloof in de abrahamistische god samenhangen, volgens mij zonder het gebruik van een stropop want waar zitten de onjuistheden in mijn redenering? Het wijzen op eventuele onwaarheden laat DLT ook slim achterwege en komt zo zelf weg met hetgeen hij anderen van beschuldigt: een drogredenering benoemen zonder aan te tonen waarom het een drogredenering is!

Hoe dan ook, al dat gebruik van redeneerprincipes en drogredenen is niet veel meer dan gewichtigdoenerij. In het Duits noemen ze zulk gedrag Schongeisterei. Flauwekul, zeggen ze bij ons in Holland. En zo is het maar krek!

Tja, dat kan ik natuurlijk makkelijk omdraaien: al dat theologische gefilosofeer en gemijmer is niets anders dan gewichtigdoenerig geneuzel. In het Engels noemen ze dat “a waste of time”. “Boeiûh”, zeggen ze bij ons in Holland en da’s een waarheid als een koe!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (5)

Sceptici vs. paranormalen: een gedachtenexperiment

Vaste lezers van dit blog is het misschien al opgevallen dat ik soms een analyse onderbreek voor een “gedachtenexperiment”. Het is een hulpmiddel dat ik vaak hanteer als ik behoefte heb aan wat meer helderheid in sommige situaties en omstandigheden. Onder een gedachtenexperiment versta ik het volgende:

Een overpeinzing of redenering over de meest logische gang van zaken in een gegeven situatie.

Een dergelijk experiment begint meestal met een vraag en een hypothetische situatie (“…stel:” of “…als…”) Het is de kunst om “de meest logische gang van zaken” in die situatie te achterhalen door het verloop van de gebeurtenissen onder te verdelen in kleinere stappen die op zo logisch mogelijke wijze in elkaar overvloeien. Vaak zijn er meerdere wegen mogelijk, maar de uiteindelijke conclusie blijft meestal gelijk of bijna gelijk.

Vandaag werd ik plotseling overvallen door een ingeving over de bizarre situatie die ontstaan is met mediums en paragnosten – hierna “paranormalen” genoemd – aan één kant en sceptici aan de andere kant; met name de sceptici die de openbaarheid zoeken (James Randi, Richard Dawkins, Penn & Teller, de mensen van Stichting Skepsis en op veel kleinere schaal ook Logates met zijn irriterende artikelen). De situatie is als volgt op te sommen:

– sprekers en schrijvers van beide kanten “preken toch vooral voor eigen parochie”; er worden maar weinig mensen van het andere “kamp” bereikt en dat lijkt met name voor sceptici spijtig aangezien zij vaak proberen andersdenkenden te overtuigen van hun standpunten.

– sceptici roepen dat paranormalen hun claims moeten bewijzen onder gecontroleerde omstandigheden

– paranormalen antwoorden dat ze niets te bewijzen hebben: de reacties van de cliënten is afdoende

– beide kampen proberen mensen die nog niet beslist hebben waartoe ze behoren voor zich te winnen, de paranormalen winnen denk ik op dit moment (ook al is het geen wedstrijd…of wel?)

Al met al denk ik niet dat men snel tot een gemeenschappelijk gedachtegoed zal komen. Alles wijst op een patstelling maar dat is slechts schijn: de patstelling bevestigt namelijk het “logische gelijk” van de sceptici. Een simpel gedachtenexperiment leidt tot die conclusie:

Het gedachtenexperiment

Paranormalen willen de sceptici doen geloven dat paranormale fenomenen overal zijn en bovenal volstrekt normaal: de zielen van overleden dierbaren zijn altijd om ons heen en ze verlangen ernaar met ons te communiceren. Bovendien zijn ze alwetend over het leven hier op aarde en kunnen vaak zelfs een blik in de toekomst werpen. Iedereen zou in staat moeten zijn de communicatie met gene zijde te bewerkstelligen maar blijkbaar zijn er weinig mensen die de “gave” echt hebben ontwikkeld.

Uit bovenstaande alinea zou je logischerwijs kunnen concluderen dat het zaak is voor de gestorven zielen de geloofwaardigheid van de paranormalen te waarborgen, immers: als de mediums niet geloofd worden kunnen ze hun boodschappen niet naar ons overbrengen.

En nu de sleutelvraag: wat is de makkelijkste manier voor de zielen om die geloofwaardigheid te waarborgen?

Overtuig de meest prominente sceptici van hun ongelijk!

Als je een gestorven ziel zou zijn die een belangrijke boodschap heeft voor een sceptisch familielid zou je hem nooit kunnen bereiken. Als slimme ziel zou je er dan werk van kunnen maken om James Randi te verrassen: je zou bijvoorbeeld een medium kunnen helpen glansrijk voor zijn test te laten slagen of je zou een willekeurig persoon het voorwerp doorgeven (in een droom?) dat Randi heeft gestopt in een kistje in zijn huis. Je zou op kleinere schaal ook een medium op Logates kunnen afsturen en hem vertellen hoeveel tegels zijn badkamervloer telt of de eerste twintig namen en telefoonnummers van de telefoonlijst in zijn mobiele telefoon of de precieze omschrijving van de bank die hij van plan is te kopen; je kan erop rekenen dat daarover geschreven zal worden en wat is overtuigender dan een “die-hard” scepticus van mening doen veranderen omtrent het paranormale? Als je Randi op die manier weet te overtuigen zal je zelfs een wereldwijde schok veroorzaken die uiteindelijk kan leiden tot de algemene acceptatie van paranormale fenomenen! Zou dat niet de wens zijn van onze overleden dierbaren?

Juist omdat deze dingen nog nimmer gebeurd zijn zou je de volgende drie conclusies kunnen trekken:

a) de overleden zielen interesseert het allemaal niets en zijn niet van plan een kleine moeite te doen om ons allemaal te bereiken

b) de zielen van onze overleden dierbaren bestaan niet

c) de zielen van de overledenen bestaan wel maar zijn niet in staat met ons te communiceren

Conclusie B is de simpelste oplossing met de minste aannames (Occam’s Razor*) en daarom vooralsnog de juiste. De omschreven patstelling aan het begin van dit artikel wijst dus wel degelijk op het gelijk van de sceptici. Ik vermoed dat paranormalen hun ogen én geest sluiten voor deze gedachten, maar het “probleem” dat de conclusie van dit gedachtenexperiment voor paranormalen veroorzaakt valt moeilijk te ontkennen. Mocht dat wel zo zijn: laat het weten in een reactie, ik ben benieuwd! Ondertussen houd ik morgen mijn ogen open voor mensen die me benaderen met informatie over mijn badkamervloer…

LOGATES

*Voor meer informatie over Occam’s Razor lees De complexiteit van eenvoud

Index van alle artikelen

Comments (65)

Helderziende Liesbeth van Dijk bij Pauw en Witteman: een gemiste kans

Het lijkt of heel Nederland in de ban is van het paranormale. Ik kom de laatste tijd alleen nog maar mensen tegen die zeggen óf paranormaal begaafd te zijn óf iemand persoonlijk te kennen met paranormale gaven. Ik ga vanzelfsprekend graag in discussie met ze, vooral ook omdat ik door de vele gevoerde discussies inmiddels al weet wat er gezegd gaat worden en hoe ik daar het beste op kan reageren. Het is de kunst om de ander toch aan het twijfelen te krijgen al is het maar heel, heel licht. De gouden regel is altijd respectvol te blijven ten opzichte van mijn discussiepartner: ik zal hem nooit belachelijk maken of bekritiseren om zijn geloof. Ook zal ik nooit definitieve statements maken omtrent het al dan wel niet bestaan van paranormale fenomenen. Een zin als “…met geesten praten is complete onzin…” zal je mij dus nooit horen zeggen. Jammer genoeg is die gouden regel niet gehanteerd tijdens de uitzending van Pauw en Witteman van gisteravond.

Het had zo’n mooi en boeiend gesprek kunnen zijn met Liesbeth van Dijk (winnaar van het KRO programma “Het Zesde Zintuig”). Het enige wat Pauw en Witteman (of hun producers) hadden moeten doen is een intelligente en ervaren scepticus uitnodigen om in gesprek te gaan met deze helderziende. In plaats daarvan namen Jeroen Pauw en Paul Witteman zelf de rol van sceptici op zich en ze faalden miserabel, ik kan het helaas niet anders stellen. Ze stelden de verkeerde vragen, ze namen haar duidelijk niet serieus en ze dwongen haar op het eind nog tot het maken van een voorspelling zonder dat duidelijk was of ze dat eigenlijk wel claimde te kunnen doen. Het was dan ook niet meer dan logisch dat Liesbeth van Dijk al na een paar minuten uiterst defensief en assertief werd wat het gesprek niet ten goede kwam.

Zo blijkt maar weer dat er toch nog enige studie gaat zitten in het zijn van een geïnformeerd scepticus. Als je niet precies weet wat het inhoudt om een scepticus te zijn is met name het stellen van de juiste vragen een probleem. Deze drie vragen hadden in ieder geval gesteld moeten worden:

1. Kan je heel nauwkeurig je paranormale gave(s) omschrijven? (wat claimt de helderziende te kunnen doen)

2. Hoe accuraat ben je met je gave?

3. Kan je die claim ook waarmaken in een test die jij en een paar waarnemers samen opstellen?

De antwoorden op deze drie sleutelvragen had voldoende gesprekstof opgeleverd om een echt interessant gesprek te voeren op basis van wederzijds respect. De domme vragen en flauwe sneren en opmerkingen waar de heren nu mee kwamen hebben vanzelfsprekend helemaal niets opgeleverd, het heeft de kloof tussen mensen die geloven en mensen die het “allemaal maar onzin vinden” (niet noodzakerlijkerwijs sceptici; sceptici drukken zich over het algemeen wat subtieler uit) zonder twijfel alleen maar groter gemaakt. De ene groep zal beweren dat de helderziende ontwijkend en defensief was, de andere groep zal (terecht) beweren dat Pauw en Witteman haar op een onrespectvolle manier hebben bejegend.

Een gemiste kans en dat spijt mij oprecht, ik wacht nog altijd op een publiek gesprek tussen een medium/ helderziende/ paranormaal begaafd persoon en een geloofwaardig scepticus, maar het lijkt erop dat dat waarschijnlijk nog een tijd op zich zal laten wachten!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (4)

Het gevolg van geloven in het onbewijsbare en het verschil met de denkwijze van sceptici

Scepticus lijkt soms bijna wel een scheldwoord. De karakterisering lijkt van toepassing op koude, kortzichtige mensen zonder verbeeldingskracht. Echter, sceptici zelf weten dat dat niet waar is; zij staan juist open voor onbewezen theorieën, stellingen en veronderstellingen. Als ze er ook maar iets in zien, gaan ze aan de slag om bewijs te vinden. Als dan keer op keer blijkt bij het testen van paranormale fenomenen dat het geloof daarin op niks berust zit er niets anders op dan de conclusie te trekken dat het hoogstwaarschijnlijk (en met elke gefaalde test steeds waarschijnlijker) flauwekul is.

Stel hier tegenover mensen die ervoor hebben gekozen om in iets onbewijsbaars te geloven zoals een god, paranormale fenomenen, astrologie, homeopathie, acupunctuur en wichelroedelopen (zoeken naar voorwerpen en mensen met bijvoorbeeld een pendulum, in het Engels “dowsing”) om maar een paar voorbeelden te geven. Veelal staan zij juist niet open voor de mogelijkheid dat die zaken niet echt zijn. Een vreemde houding voor mensen die van zichzelf beweren zo ruim van geest te zijn; klaarblijkelijk staan zij niet open voor wetenschappen als statistiek, natuurkunde en empirisch onderzoek. Ik durf aldus te stellen dat de sceptici de mensen zijn met de ruime blik.

Ik begrijp de houding van “gelovigen” (bij gebrek aan een beter woord) wel. Het is volkomen menselijk om niet te kunnen toegeven dat je je hele leven lang geloofd hebt in iets dat niet bestaat: je voelt je er dom door en vooral ook bedrogen en dat zijn gevoelens die we allemaal willen vermijden. Om die reden ook wordt er bij elke test een reden gezocht door de gelovigen om het falen van het paranormale fenomeen te verklaren. Die redenen zijn soms nog zweveriger en ongeloofwaardiger dan de fenomenen zelf. Enkele voorbeelden:

– Nog nooit heeft een dowser in een gecontroleerde test ook maar iets bewezen of zoals een onderzoeker ooit zei: één dowser heeft nog nimmer hetzelfde object twee keer gevonden en twee dowsers hebben nog nimmer het zelfde object één keer gevonden (objecten verstopt door de onderzoekers in een afgesloten omgeving). Dowsers hebben hier altijd een verklaring voor: radiogolven, magnetische velden of andere verstoringen in de magische aardstralingen waarmee ze contact moeten maken om goed te kunnen dowsen. Vreemd genoeg hebben ze hier alleen last van als ze getest worden!

– In een grootschalige homeopathie test uitgevoerd door de Royal Society in London in samenwerking met vooraanstaande homeopaten (waaronder de homeopaat van de koninklijke familie) bleek dat homeopathische medicijnen geen enkele werking hebben (behalve het placebo-effect). Niet vreemd als je bedenkt dat een homeopatisch geneesmiddel alleen water of alcohol bevat; slechts de verpakkingen en de namen van de verschillende “medicijnen” zijn anders. Na afloop riepen homeopaten over de hele wereld dat bij de test slechte homeopaten betrokken waren (??!!). Maar goed, wat moesten ze anders? Hun praktijk opzeggen en een ander vak leren? Ik begrijp heel goed dat ze daar geen zin in hebben en er dus voor kiezen om zichzelf en hun patiënten voor de gek te houden: het is gewoon een kwestie van geld, miljarden wel te verstaan!!

– De resultaten van een recent beëindigde astrologische test met 2000 “tijd-tweelingen” (mensen die op dezelfde dag en het zelfde tijdstip geboren zijn) wezen uit dat er geen noemenswaardige overeenkomsten waren tussen de levens, karakters, banen, relaties en andere astrologische peilers van de “tijd-tweelingen”. Deze resultaten zijn onmogelijk volgens fundamentalitische astrologische principes. Veel astrologen beweren nu dat de onderzoekers (Dr. Geoffrey Dean en Prof. Ivan Kelly) erop uit waren te bewijzen dat astrologie onzin is en dus actief hebben gezocht naar die bewijzen. Die bewering gaat helaas (voor astrologen) niet op: de onderzoekers (waaronder een niet meer werkzame professionele astroloog) hebben juist geprobeerd astrologische beweringen als waar te bewijzen aangezien het vrijwel onmogelijk is een negatief aan te tonen. Daarmee komen we weer terug bij het principe van bewijslast**: het is bij onderzoek altijd het doel te bewijzen dat iets wel bestaat; bewijzen dat iets niet bestaat is onbegonnen werk en meestal irrelevant.

– Als een medium faalt voor een test luidt de verklaring van het medium zelf altijd: er was te veel negativiteit om contact te kunnen maken met de geestenwereld. Het is misschien een flauwe vergelijking, maar dat klinkt verdacht veel naar de geestelijk gestoorde patiënt in een inrichting die beweert dat zijn kanarie kan praten maar dit blijkbaar alleen maar doet als er niemand anders bij is. Een flauwe verklaring vraagt ook om een flauwe vergelijking.

Een andere verklaring is: “…het geteste medium is niet echt, hij/zij is wel een bedrieger…”. Deze verklaring wordt altijd gegeven door andere mediums. Dat is natuurlijk lachwekkend, de pot verwijt de ketel dat hij zwart is! Is het niet opvallend dat alleen de ongeteste mediums echt en goed zijn?

Zolang er boeken blijven verschijnen over het paranormale, zolang er paranormale beurzen worden georganiseerd en zolang er mensen naar voren komen die zeggen over paranormale gaven te beschikken zullen er mensen zijn die er in geloven of er in gaan geloven. Wetenschappelijke testen waarin steeds weer wordt bewezen dat de fenomenen niet echt zijn halen niets uit: mensen blijven geloven en dat is misschien wel het grootste paranormale fenomeen! *

LOGATES

Index van alle artikelen

* De laatste zin is puur ten bate van de rethoriek. De verklaring voor het blijven geloven van mensen heb ik al gegeven in dit artikel: voor de beoefenaars van het paranormale is het een geld- of prestigekwestie (aandacht en bewondering) en voor de cliënten is het te moeilijk om toe te geven dat ze zichzelf jarenlang voor de gek hebben gehouden!

** Voor een uitgebreidere discussie aangaande “bewijslast” zie “…Bewijslast, feiten en holle frasen…”

Comments (26)

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag