Posts Tagged statistiek

Een test voor mediums

In een gemailde reactie op mijn blog werd gesuggereerd dat het onmogelijk zou zijn een medium te testen, je kan immers niet “meten” of iemand wel of niet met geesten kan communiceren. Je kan dat inderdaad niet meten, je kan ook niet waarnemen of er geesten in een bepaalde ruimte met het medium en de cliënt aanwezig zijn; wij als niet paranormaal begaafde gewone stervelingen zijn daartoe niet in staat. Een medium testen kan dus alleen met behulp van statistiek: als het medium in staat is statistische zekerheden te overtreffen beschouw ik zijn/haar gave als voldoende bewezen en met mij veel sceptici. Ik heb mezelf in dit artikel tot taak gesteld een “medium test” op te stellen. Vanzelfsprekend kan de test tot op bepaalde hoogte worden aangepast aan de persoonlijke wensen van een specifiek medium, zolang de integriteit en de fraudeongevoeligheid van de test maar intact blijft!

Allereerst is het belangrijk precies vast te stellen wat het medium claimt te kunnen doen. “Met geesten communiceren” is te vaag. Een omschrijving als “met de geest van een overleden bekende van de cliënt communiceren waarbij in ieder geval de naam van de geest en de relatie tot de cliënt wordt vastgesteld” is veel duidelijker. Voor dit artikel ga ik er vanuit dat bovenstaande omschrijving de claim is van het medium dat aan de test gaat deelnemen. Ook is het belangrijk van tevoren vast te stellen of het medium zijn cliënt moet kunnen zien. De meeste mediums claimen dat dat niet nodig is, Char doet haar readings meestal via de telefoon. Ik ga er bij deze test vanuit dat het medium claimt de cliënt niet te hoeven zien; met de cliënt in dezelfde ruimte zijn tijdens de lezing is voldoende.

——————————

DE TEST

claim
Het medium kan met de geest van één of meerdere overleden bekenden van de cliënt communiceren waarbij in ieder geval de naam van de geest en de relatie tot de cliënt wordt vastgesteld.

testcondities
Het medium zal zich tijdens de reading met de cliënt in dezelfde ruimte bevinden; de cliënt zit achter een scherm en kan zodoende geen visueel contact maken met het medium. Het medium krijgt pas na afloop van de reading de cliënt te zien. Tijdens de test zal er ook een objectief waarnemer in de ruimte aanwezig zijn die zowel het medium als de cliënt kan zien. Tijdens de test mag er alleen gesproken worden door het medium. De cliënt en waarnemer mogen onder geen enkele voorwaarde spreken. De waarnemer is noch een bekende van de cliënt als het medium.

testresultaten
De reading zal worden opgenomen op zowel beeld als geluid. Na afloop wordt de reading uitgeschreven en ontdaan van alle uitspraken die niet met zekerheid op waarheid gecontroleerd kunnen worden. De uitgeschreven reading moet in ieder geval de complete voornaam van de gesproken geest(en) bevatten en de relatie tot de cliënt. Alle andere feitelijke uitspraken worden gecontroleerd aan de hand van twee getuigenissen van de cliënt, één getuigenis voor de reading met antwoorden op algemene vragen en één getuigenis na de reading met antwoorden op vragen naar aanleiding van de reading. Als de testresultaten statistische zekerheden ruim overtreft is het medium geslaagd voor de test. De statistische zekerheden worden van tevoren vastgesteld door twee onafhankelijke wiskundigen. Zij zullen ook onafhankelijk van elkaar vaststellen welk percentage het medium moet scoren om voor de test te slagen, bij twee verschillende percentages wordt het gemiddelde genomen.

rol en keuze van cliënten
Het medium moet in de test voor drie verschillende cliënten lezen. Ten minste één van de cliënten gelooft in gaven van mediums en ten minste één cliënt gelooft absoluut niet in paranormale gaven (dit om te voorkomen dat cliënten uit sympathie voor het medium in hun getuigenis het medium proberen te helpen). Het medium mag de readings zo lang houden als hij/zij zelf wil maar ten hoogste veertig minuten per cliënt. Tussen elke reading zit een pauze van twintig minuten. De cliënten mogen geen bekenden van het medium zijn en nog nooit eerder een reading door hetzelfde medium hebben gehad. Cliënten mogen absoluut niets zeggen tegen het medium voor en tijdens de reading, indien dit wel gebeurt is de reading ongeldig; de onafhankelijke waarnemer houdt hier toezicht op.

beoordeling van de uitspraken van het medium
De genoemde naam van de geest(en) moet ten minste rijmen op (volrijm) en uit net zoveel lettergrepen bestaan als de goede naam om als valide beschouwd te worden. De relatie van de geest tot de cliënt moet exact juist zijn. Alle andere genoemde feiten moeten ook exact juist zijn om mee te tellen (omschrijving van gebeurtenissen bijvoorbeeld). Indien het medium de naam en/of relatie tot de cliënt fout heeft wordt de reading niet verder meer beoordeeld en de desbetreffende reading scoort in dat geval 0% juist. (dit om te voorkomen dat het medium “punten scoort” met algemeenheden en statistische feiten zonder de naam en/of relatie tot de cliënt goed te hebben).

——————————

Bovenstaande test is denk ik een goed voorbeeld van hoe een medium getest zou kunnen worden. Als er mediums zijn die dit blog lezen en denken voor de test te kunnen slagen hoor ik dat graag. In dat geval zal ik alles doen wat in mijn macht staat om zo’n test te realiseren. Wel moet het medium van te voren natuurlijk kunnen aantonen dat hij/zij serieus bezig is met zijn gave aan de hand van (werk) ervaring en getuigenissen van cliënten voor wie ze eerder een reading gedaan hebben. Mijn gok is dat er geen enkel geld verdienend medium ooit zal opstaan om zo’n dergelijke test te ondergaan om de simpele reden dat ze zelf weten nooit voor deze test te kunnen slagen!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (57)

Bewijslast, feiten en holle frases

De laatste tijd krijg ik steeds meer reacties op de artikelen in dit blog, vaak van gelijkgestemden maar soms ook van mensen die het absoluut niet met me eens zijn. Een discussie ga ik natuurlijk nooit uit de weg, maar ik heb gemerkt dat deze discussies vaak op niets uitlopen; meestal omdat mijn tegenpartij zich niet bepaald aan de “regels” houdt van het discussiëren.

Vanzelfsprekend zijn er geen officiële regels voor het voeren van een discussie in het dagelijks leven, maar bij het voeren van een officiëel debat (bijvoorbeeld in een debat-wedstrijd) bestaan er wel spelregels. Die regels zijn er niet om de sprekers te beperken in hun expressie, maar juist om er voor te zorgen dat er kernachtig wordt gedebatteerd met goede argumenten. Als die regels zouden worden toegepast in dagelijkse discussies zou dat zonder twijfel de discussies ten goede komen. Het toepassen ervan voorkomt persoonlijke en beledigende aanvallen, zorgt ervoor dat er zoveel mogelijk “to-the-point” wordt gesproken en misschien wel het belangrijkste gevolg: het bevordert de algehele communicatie tussen de gesprekspartners.

In dit artikel wil ik enkele struikelblokken die ik regelmatig tegenkom in discussies aan de orde stellen:

Bewijslast

In een discussie over het bestaan van bijvoorbeeld hogere machten is het belangrijk de bewijslast in de gaten te houden. Het is namelijk aan de persoon die zonder meer in een fenomeen gelooft de taak het bestaan ervan te bewijzen. Het is dus niet de taak van de ander om te bewijzen dat iets NIET bestaat. Het einde zou zoek zijn als we alles maar voor waar aannemen totdat iemand bewijst dat het niet waar is. Ik kan de hele dag wel dingen verzinnen waarvan niet bewezen kan worden dat het niet bestaat/niet waar is. Probeer maar eens te bewijzen dat er niet elke dag onzichtbare paarse mammoeten om 12:00 uur ‘s-middags op de Dam in Amsterdam lopen (en ik ben natuurlijk de enige die ze kan zien). Het argument “…je kan niet zeker weten dat god niet bestaat omdat je dat niet kan bewijzen…” is dus niet steekhoudend. De regel omtrent bewijslast is nu eenmaal: iets bestaat NIET totdat bewezen is dat het wel bestaat (of beter gezegd: een claim wordt voor “niet waar” gehouden totdat het tegendeel bewezen is)! Kortom: God bestaat niet in de realiteit van onze wereld (een realiteit die wordt gestaafd aan de hand van empirische bewijzen; over empirische bewijzen later meer). Als je ervoor kiest om er toch in te geloven omdat je DENKT dat God wel bestaat is dat een keuze. Een discussie over het bestaan van god is dus feitelijk onzinnig te noemen, de discussie over de reden(en) om in God te geloven is veel zinniger!

De definitie van een “feit”

Al te vaak wordt er gesproken over zaken als zijnde een feit, terwijl ze geen feit zijn. “Taal” is ons meest gebruikte communicatie middel, maar is ironisch genoeg vaak niet de beste manier om bepaalde punten goed naar voren te brengen (denk bijvoorbeeld aan de uitdrukking “een foto zegt meer dan duizend woorden”). Om misverstanden te voorkomen is het belangrijk dat discussie partners het eens zijn over de definitie van bepaalde woorden. Woordenboeken zijn vaak de enige redding als je het niet eens kan worden over de betekenis van een woord. Maar wat als beide partijen veronderstellen dat de ander dezelfde definitie van een bepaald woord hanteert terwijl dit niet het geval is? Dan ontstaat er hoogst waarschijnlijk een discussie waarbij er langs elkaar heen gepraat wordt. Het woord “feit” is nu precies zo’n woord waar vaak misverstanden over bestaan. De definitie die ik vond bij het opzoeken ervan luidt: “Een feit is een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijk vaststaat, ofwel zintuiglijk kan worden waargenomen hetzij instrumenteel gemeten“. Het vetgedrukte gedeelte is een directe verwijzing naar empirische bewijzen. Hoe ongelooflijk ongevoelig of kleingeestig het ook mag klinken: “mediums met echte gaven bestaan niet” is dus vooralsnog volgens bovenstaande definitie een FEIT. “God bestaat niet” is ook een feit. Let wel: dit is niet mijn mening, maar gewoon het juiste gebruik van het woord feit. Het is dus onmogelijk je achter zogenoemde “feiten” te verschuilen als je mediums met echte gaven verdedigt! De discussie zou in het laatste geval dus eigenlijk weer moeten gaan over de redenen om in mediums te geloven (zo’n discussie heeft in ieder geval meer zin!).

Misbruik van statistiek

Er zijn verschillende manieren om statistiek te misbruiken (bijvoorbeeld door het aandragen van statistische bevindingen die niet gepubliceerd zijn), maar een zeer specifieke vorm van misbruik waar ik vaak tegenaan loop is het gebruiken van een statistische meerderheid van meningen/overtuigingen omtrent een bepaald onderwerp om de validiteit van het onderwerp zèlf aan te tonen. Het schermen met argumenten die gebaseerd zijn op dat specifieke misbruik is niet zinnig in een discussie. Een voorbeeld: “…het merendeel van de mensheid gelooft in God, wil jij zeggen dat die het allemaal mis hebben?…”. Een argument waarmee iemand probeert het bestaan van god te bewijzen aan de hand van de overtuiging van een meerderheid van mensen. Een drogredenering en (gelukkig) makkelijk te pareren met bijvoorbeeld de volgende vergelijking “…een paar eeuwen geleden dacht de meerderheid van de mensheid dat de aarde het middelpunt was van ons zonnestelsel…”. Oftewel: de overtuiging van een grote groep mensen is geen bewijs voor de “waarheidsfactor” van die overtuiging.

Ad-hominem (het gebruik maken van persoonlijke aanvallen)

Veel mensen maken in discussies helaas gebruik van persoonlijke aanvallen op hun discussie partner; veelal wanneer ze merken dat de argumenten waarmee ze zelf komen niet sterk genoeg zijn. Bij een persoonlijke aanval (ook wel “ad- hominem” genoemd) probeert de één de ander te overtuigen van zijn gelijk door bijvoorbeeld het karakter van de ander aan de kaak te stellen: “…het is wel erg kortzichtig van je om te denken dat er geen mensen zijn die met geesten kunnen praten…”. Hoewel deze opmerking verband lijkt te houden met het onderwerp “bestaan er mediums met echte gaven” staat nu ineens ter sprake of het niet geloven in mediums wel of niet kortzichtig is, een compleet andere discussie dus! Nog een populaire manier is iemands leeftijd/(levens)ervaring ter sprake stellen: “…je bent nog zo jong, ik spreek je wel als je wat ouder bent…” waarmee wordt geïmpliceerd dat de mening van een persoon afhankelijk is van zijn leeftijd. Hoewel dit in sommige gevallen wel het geval kan zijn is natuurlijk op geen enkele manier vast te stellen welke mening bij welke leeftijd hoort!! Dit argument hoort dus niet thuis in een eerlijke discussie. Nog een laatste voorbeeld: “…er valt niet te praten met iemand die altijd zo snel oordeelt…”. Ik weet niet precies wat mensen die dit zeggen bedoelen met “snel oordelen” maar als je oordeel gebaseerd is op empirisch bewijs of, vaker nog, het ontbreken ervan sta je geheel in je recht. Empirisch bewijs is bewijs dat zintuigelijk is waargenomen al dan niet met behulp van instrumenten en kan worden getoetst door verschillende mensen (die allemaal met dezelfde resultaten naar buiten komen). Het is de enige methode die we kennen om iets wetenschappelijk te bewijzen. Een “oordeel” gebaseerd op empirische bewijzen is dus niet zozeer een “mening” als wel een feitelijke aanname! Ik probeer overigens in dit blog nooit een oordeel over iets te vellen als ik niet eerst mijn mening heb beargumenteerd, het tegenovergestelde van een “snel oordeel” lijkt me zo!

Het gebruik van “holle frases” als argument

“Holle frases” zijn statements zonder feitelijke inhoud die als waarheden worden verkondigd. De bekendste is natuurlijk “…er is meer tussen hemel en aarde…”. Er valt moeilijk te discussiëren met mensen die de gewoonte hebben vaak holle frases te hanteren, aangezien zij de statements als feitelijke waarheden beschouwen. Nog een voorbeeld van een holle frase die ik laatst naar mijn hoofd geslingerd kreeg: “…zonder spiritualiteit kan je niet gelukkig worden, de wereld is niet zo zwart wit…”. Voor degene die deze frase hanteerde waarschijnlijk een compleet logische statement, maar voor mij betekent het absoluut niets. “Spiritualiteit” en “zwart wit” zijn in dit geval veel te abstracte begrippen zonder duidelijke afgebakende betekenis!

Er is toch wel een (groeiend) aantal mensen die het vervelend vindt om met mij te discussiëren en als ik bovenstaande zo lees kan ik me dat ook goed voorstellen! Zelf probeer ik me in ieder geval wel te houden aan de “spelregels” om de discussies eerlijk te houden alhoewel ik me ook wel eens schuldig heb gemaakt aan het gebruik van retorische trucjes om mijn discussie partner te overtroeven!

Als ik nog één observatie mag maken: hoewel veel mensen mij als respectloos zien ten opzichte van bovenaardse zaken (daar reken ik ook religie onder) valt het mij op dat ze vaak in discussies geen respect hebben voor mijn standpunt en daar zit een groot verschil met mijn denkwijze. Ik heb wel respect voor hun mening echter vaak niet voor het onderwerp van de mening. Ter verduidelijking een voorbeeld: ik heb respect voor mensen die geloven in de christelijke god en ook voor hun overtuiging daarin, maar ik heb geen respect voor de religie op zich. Andersom merk ik vaak dat zij juist geen respect hebben voor mijn standpunt en soms ook niet voor mij als persoon vanwege mijn standpunt, wat zich bijvoorbeeld uit in boze reacties als ik zeg dat feitelijk god niet bestaat; als ik zelf ook zo zou denken zou ik boos moeten reageren als zij beweren dat god wèl bestaat en dat zou ik natuurlijk nooit doen!!

LOGATES

Index van alle artikelen

Comments (13)

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag